Prostaatkanker, wat met testosteron?
Vaak wordt aangenomen dat testosteron een negatief effect heeft bij prostaatkanker. Dat hoeft echter niet zo te zijn volgens een studie van het John Hopkins Kimmel Cancer Center.
De studie werd uitgevoerd bij een heel klein aantal patiënten: slechts 16. Dat is niet heel verwonderlijk. De studie had immers niet tot doel het effect van testosteron zelf te evalueren, maar wel het tijdstip waarop testosteron werd toegediend. Het is uiteraard niet mogelijk veel patiënten in precies hetzelfde stadium te rekruteren. De hoofdauteur voert ter verdediging aan dat vroegere studies die hebben aangetoond dat testosteron een schadelijk effect heeft op de gezondheid van de patiënten, testosteron hebben gebruikt bij mannen met een progressieve prostaatkanker die geen androgeendeprivatietherapie hadden gekregen.
Vaak treedt therapieresistentie op doordat kankercellen de testosteronreceptor sterk tot expressie kunnen brengen. Volgens preklinische modellen zou een overexpressie van testosteronreceptoren net therapeutische mogelijkheden bieden. Daarom hebben de Amerikaanse vorsers die 16 patiënten met een castratieresistente prostaatkanker met niet al te veel metastasen behandeld met testosteron 400 mg i.m. gedurende 28 dagen en etoposide 100 mg per os van dag 1 tot dag 15 (cycli van 28 dagen).
Na 3 behandelingscycli hebben de patiënten bij wie het PSA-gehalte was gedaald, een intermitterende behandeling met testosteron voortgezet. De castratiebehandeling werd voortgezet om de endogene testosteronproductie te verlagen. Daardoor daalde de testosteronspiegel snel van suprafysiologische spiegels tot spiegels die worden gemeten na castratie. Die behandeling wordt bipolaire androgeentherapie (BAT) genoemd. De behandeling werd zeer goed verdragen en resulteerde in een zeer sterke daling van het PSA-gehalte en een zeer goede radiografische respons. Bij alle patiënten is het PSA-gehalte na verloop van tijd weer gaan stijgen. 4 mannen werden langer dan 1 jaar met BAT behandeld. Alle patiënten vertoonden een daling van het PSA-gehalte bij toediening van een androgeendeprivatietherapie na de BAT. Dat wijst erop dat een BAT ook de gevoeligheid voor een androgeendeprivatietherapie zou kunnen herstellen. BAT lijkt een veelbelovende behandeling bij castratieresistente prostaatkanker en zou verder moeten worden onderzocht.