Osteoporose en kanker in de postmenopauze
Niet alleen de oestrogeenspiegels zijn bepalend voor de botdensiteit (BMD), ook sommige kankers hebben een impact op het bot. In de eerste plaats door productie van osteolytische factoren door de kankercellen, en daarbovenop ook geïnduceerd door de kankerbehandeling. Hoe is de BMD bij postmenopauzale vrouwen met baarmoederhals- of endometriumkanker zonder botmetastasen?
Wat is al gekend? Baarmoederhalskanker induceert een daling van de BMD in de wervelzuil, maar de BMD van de lumbale wervelzuil of de femur blijft onveranderd bij endometriumcarcinoom. Het botverlies geïnduceerd door de kankerbehandeling is sneller en ernstiger dan het leeftijdsgebonden botverlies, waardoor de kans op fracturen groter is.
Significante daling van de BMD
In deze studie werden 130 Koreaanse vrouwen met baarmoederhalskanker en 68 met endometriumcarcinoom geïncludeerd, evenals 225 controlevrouwen zonder specifiek gezondheidsprobleem. De drie groepen waren niet significant verschillend voor leeftijd, BMI, pariteit en interval na de menopauze.
Basaal was de T-score alleen in L4 significant lager bij vrouwen met baarmoederhalskanker (dan bij de controlevrouwen) en significant meer vrouwen hadden osteoporose. Na één jaar, overeenkomend met het einde van de kankerbehandeling, was de T-score op alle meetpunten significant verlaagd (met uitzondering van de femurtrochanter).
In de groep met endometriumcarcinoom was er basaal geen significant verschil in T-score lumbaal noch femoraal versus controlevrouwen; na één jaar echter waren de T-scores in L3, L4, femurhals en trochanter significant lager dan bij de controlevrouwen.
Beperkingen van de studie
De kankerbehandeling versnelt dus wel degelijk het botverlies bij postmenopauzale vrouwen met baarmoederhals- en endometriumkankers.
Dit is evenwel een retrospectieve observationele studie en de ingestelde kankerbehandelingen waren zeer gevarieerd. Bovendien werd er geen rekening gehouden met andere factoren die interfereren met de botdensiteit. Zo niet, zou het verband tussen de behandeling voor gynaecologische kanker en botdensiteit nog duidelijker zijn geweest, stellen de auteurs.