Metabool syndroom: gunstig of ongunstig voor het bot?
Mensen met het metabool syndroom (abdominale obesitas, lipidenstoornissen, hypertensie en hyperglykemie) hebben gewoonlijk een hogere botdensiteit. Het zou dus logisch zijn dat ze een lager fractuurrisico hebben. Epidemiologische studies bevestigen dit evenwel niet steeds. Is daar een verklaring voor?
De auteurs zochten eerst in een oudere postmenopauzale Marokkaanse populatie naar het verband tussen metabool syndroom, botdensiteit, osteoporose en wervelfracturen.
Kenmerken van de populatie
270 Kaukasische postmenopauzale vrouwen (50-90 jaar) uit Rabat werden van juni 2012 tot maart 2013 in de studie geïncludeerd. De gemiddelde BMI was 32,3 ± 6,5 kg/m2. Een vierde van de vrouwen had antecedenten van een traumatische perifere fractuur vóór de leeftijd van 50 jaar.
29,3% had diabetes, 34,8% hypertensie en 24,4% dyslipidemie. Aldus kon bij 23% een metabool syndroom worden gediagnosticeerd op basis van de NECP-ATP III criteria.
Volgens de definitie van de Wereldgezondheidsorganisatie had 30,4% van de vrouwen osteoporose. Bovendien werd bij 43% een wervelfractuur vastgesteld.
Vrouwen met metabool syndroom hadden een significant hoger botdensiteit en minder osteoporose (17,7% versus 34,1% bij vrouwen zonder metabool syndroom). Er werd echter geen significant verschil in prevalentie van wervelfacturen genoteerd (14,5% versus 13,0%). Na statistische analyse bleek de aanwezigheid van osteoporose een risicofactor: vrouwen met metabool syndroom hadden 71% minder kans om osteoporotisch te zijn dan vrouwen met metabool syndroom, na correcties voor leeftijd, BMI, pariteit en aantal postmenopauzale jaren.
Mogelijke verklaring
Het metabool syndroom gaat bij vrouwen gepaard met een hogere botdensiteit in heup en wervelkolom, wat een beschermend effect op bot suggereert. Maar dit weerspiegelt zich dus niet in een lagere prevalentie van wervelfracturen. Op basis van hun resultaten stellen de auteurs dat het beschermende effect verleend door vetweefsel wordt afgezwakt door het negatieve effect van laaggradige inflammatie die met metabool syndroom gepaard gaat.
Voor een bepaald niveau van botdensiteit hebben patiënten met metabool syndroom een minder goede botkwaliteit door verschillende mechanismen, waaronder hyperinsulinemie, afzetting van eindproducten van een gevorderde glycosylering in collageen, verlaagde serumspiegels van IGF-1, hypercalciurie, nierfalen, microangiopathie en inflammatie.