Borstvoeding en type 1-diabetes
Deze studie onderzocht het risico op autoantistoffen tegen de eilandjes van Langerhans en type 1 diabetes bij genetisch voorbeschikte kinderen. De vraag die de auteurs stelden was of de duur van de borstvoeding, en ook de leeftijd waarop vast voeding wordt geïntroduceerd, hiervoor bepalend zijn.
Voor hun onderzoek rekruteerden de auteurs pasgeborenen uit de algemene bevolking van Noorwegen tussen 2001 en 2007. Van de bijna 50.000 gescreende baby's werden er 908 opgevolgd met een HLA-genotype van hoog risico. Bij hen werden bloedstalen genomen en een vragenlijst beantwoordt op de leeftijden 3, 6, 9 en 12 maanden en daarna jaarlijks. Voor 726 kinderen waren gegevens van het volledige dieet beschikbaar.
Lager risico
Uit de gegevens blijkt borstvoeding gedurende 12 maanden of langer predictief voor een daling van het risico op type 1-diabetes, vergeleken met borstvoeding die minder dan 12 maanden wordt volgehouden. Deze vaststelling wijzigt niet na het corrigeren voor het hebben van een eerstegraadsverwant met type 1-diabetes, het nemen van vitamine D-supplementen, scholingsgraad van de moeder, geslacht en bevallingswijze (HR=0,37; 0,15-0,93).
Borstvoeding gedurende 12 maanden of langer ging niet gepaard met de vorming van antistoffen tegen de eilandjes maar was predictief voor een lager risico op progressie van antistofvorming tot type 1-diabetes (HR=0,35; 0,13-0,94).
Wat geen rol speelde was de duur van de exclusieve borstvoeding, noch de leeftijd waarop vast voedsel werd geïntroduceerd, noch het feit dat borstvoeding nog werd gegeven wanneer vast voedsel werd geïntroduceerd.
Deze resultaten suggereren dat het risico op evolutie van autoantistoffen tegen eilandjes tot type 1-diabetes kleiner is bij kinderen die, hoewel genetisch voorbeschikt, borstvoeding krijgen tot de leeftijd van 12 maanden of langer.