Centrale diabetes insipidus: belang van het dorstgevoel
Patiënten met diabetes insipidus van centrale oorsprong lopen een risico zowel op hyper- als op hyponatremie. Deze studie onderzocht de impact op de natremie onder behandeling met desmopressine - een vasopressine-analoog - tijdens hospitalisatie of ambulant, in functie van het dorstgevoel.
De oorzaak van centrale of craniale diabetes insipidus kan enerzijds de ziekte zelf zijn (tekort aan antidiuretisch hormoon), anderzijds ontstaan secundair aan de behandeling met vasopressine-analogen of tijdens de intraveneuze toediening van vocht. Klinisch hebben deze patiënten polyurie en polydypsie. Hoewel sommigen een normaal dorstgevoel hebben, is dat niet bij iedereen het geval.
Design
In de database van het Ierse Baumontziekenhuis, een tertiair referentiecentrum, werden 192 patiënten met centrale diabetes insipidus geïdentificeerd. Van 147 van hen waren retrospectief klinische en biochemische gegevens beschikbaar. Dat waren 137 patiënten met een normaal dorstgevoel (4142 metingen van natriumspiegels in plasma) en 10 patiënten met een abnormaal dorstgevoel (385 metingen van natriumspiegels in plasma).
Resultaten
Bij diegenen met een normaal dorstgevoel kwam lichte hyponatremie (pNa+ 131 tot 134mmol/l) voor bij 27% van de patiënten, terwijl 14,6% een meer uitgesproken hyponatremie had (pNa+ <130mmol/l). Tot 5,8% van de patiënten met normaal dorstgevoel moest worden gehospitaliseerd wegens complicaties rechtstreeks in verband met de hyponatremie.
Bij diegenen met een abnormaal dorstgevoel was hypernatremie veel frequenter bij ambulante patiënten (20% versus 1,4% bij diegenen met een normaal dorstgevoel; p=0,02). Bij gehospitaliseerde patiënten met abnormaal dorstgevoel daarentegen kwam hyponatremie significant vaker voor (50% versus 11,1%; p=0,02).
Besluit
Ambulante patiënten met centrale diabetes insipidus hebben een significant verhoogde incidentie van hyponatremie, terwijl hypernatremie bijna uitsluitend voorkomt bij patiënten zonder dorstgevoel. Gehospitaliseerde patiënten zonder dorstgevoel hebben daarentegen vaker hyponatremie. Patiënten met centrale diabetes insipidus en een stoornis in het dorstgevoel moeten dus extra aandacht krijgen. Ook de patiënten zelf moeten de meest frequente complicaties kennen opdat ze er rekening mee zouden kunnen houden.