Prostaatkanker : Nog altijd evenveel PSA-bepalingen in de Verenigde Staten
De richtlijnen betreffende bepaling van het PSA-gehalte blijken niet goed aan te slaan bij onze Amerikaanse collegae. Dat blijkt uit een artikel dat werd gepubliceerd in Urology.
In 2012 heeft de 'United States Preventive Services Task Force' (USPSTF) richtlijnen uitgevaardigd die een systematische bepaling van het PSA-gehalte voor screeningdoeleinden afraden. Blijkbaar heeft dat weinig invloed gehad op het gedrag van de Amerikaanse artsen, te oordelen naar een studie die werd uitgevoerd aan de Universiteit van New York. Die studie toont aan dat het aantal patiënten dat naar een uroloog wordt verwezen wegens een verhoogd PSA-gehalte, niet is gedaald. De kenmerken van de patiënten die om die reden naar een uroloog worden verwezen, zijn evenmin veranderd. Een groot aantal patiënten blijkt overigens een laag risico te lopen.
De urologen passen zich aan
De urologen hebben hun gedrag wel wat aangepast. Ze voeren minder gemakkelijk een biopsie uit dan vroeger. De urologen vroegen echter wel vaker een bepaling van het urinaire PCA3 aan en controleerden vaker het PSA-gehalte, maar bij de eerste consultatie werd minder vaak een biopsie aangeraden.
Studie in een New Yorks centrum
De onderzoekers zijn tot die conclusie gekomen na analyse van de wijze waarop 201 patiënten tijdens het jaar voor de richtlijnen in een New Yorks centrum werden aangepakt, en vergelijking van die gegevens met de gegevens van 212 mannen die werden gezien één jaar na die aanbevelingen. De twee groepen patiënten waren vergelijkbaar qua leeftijd, ras, familiale antecedenten van prostaatkanker, PSA-gehalte en bevindingen bij rectaal toucher.
Uiteindelijk toch evenveel biopsies
Bij de patiënten die werden gezien na 2012, werd de urine vaker getest op PCA3 dan bij de patiënten die op raadpleging waren gekomen voor de publicatie van de richtlijnen van de USPSTF (respectievelijk 27% en 11%; p < 0,01). Ook werd het PSA-gehalte vaker gecontroleerd (82% versus 72%; p = 0,02) en werd minder vaak een biopsie uitgevoerd bij de eerste raadpleging bij de uroloog (16% versus 24%; p = 0,03). Maar uiteindelijk was het percentage biopsies toch vergelijkbaar in de twee groepen.