Is screening met coronaire angiografie nuttig bij diabetici?
Myocardinfarct is vaak het eerste symptoom van een coronaire vaatziekte (CAD). Zeker bij diabetici is CAD een belangrijke risicofactor voor mortaliteit en morbiditeit. Logisch dus om asymptomatische hoogrisicopatiënten te willen screenen. De vraag is hoe: met coronaire CT angiografie of met standaardaanpak?
De FACTOR-64 studie (64 staat voor het aantal CT-doorsneden) is een gerandomiseerde klinische studie waarin 900 patiënten met type 1 of type 2-diabetes (minimum 3 tot 5 jaar) zonder symptomen van CAD werden gerekruteerd uit 45 Amerikaanse klinieken.
Design van de studie
De deelnemers werden gerandomiseerd tot screening met coronaire CT angiografie (n=452) of standaard richtlijnen (n=488) bestaande uit optimale diabeteszorg (doel: HbA1c <7,0%, LDL-cholesterol <100 mg/dl, systolische bloeddruk <130 mm Hg). Op basis van de bevindingen op de coronaire CT angiografie werd eventueel verder onderzoek gedaan. Bij een ernstige stenose (≥70% stenose in minstens 1 majeure proximale of grote coronaire) werd een diagnostische coronaire angiografie aanbevolen. Bij een matige stenose (50-69% stenose of normale calciumscore) was dat een stresstest met adenosine of regadenoson. Bij een lichte stenose (10-49% stenose in een coronaire of een calciumscore <10-100) werd geen verdere beeldvorming aanbevolen. Vanaf een lichte stenose of een calciumscore >10 was een agressieve behandeling nodig met verstrengde doelen (HbA1C<6,0%, LDL-cholesterol <70 mg/dl, HDL-cholesterol >50 mg/dl voor vrouwen en >40 mg/dl voor mannen, triglyceriden<150 mg/dl, systolische bloeddruk <120 mm Hg). De studie liep van juli 2007 tot mei 2013, met follow-up tot augustus 2014.
Geen significant verschil
Het primaire eindpunt was een composiet van globale mortaliteit, niet-fataal myocardinfarct en onstabiele angor waarvoor hospitalisatie noodzakelijk was. Na een mediane follow-up van 4,0 jaar was er geen significant verschil in het primaire eindpunt tussen de groepen met en zonder screening door coronaire CT angiografie (HR 0,80; 0,60-1,32; p=0,38).
Het secundaire eindpunt verzamelde majeure ischemische cardiovasculaire evenementen (coronaire dood, niet-fataal MI of onstabiele angor). Ook dit eindpunt was niet significant verschillend tussen beide groepen (HR 1,15; 0,60-2,19; p=0,68).
Besluit
Op basis van hun bevindingen kunnen de auteurs coronaire CT angiografie niet aanbevelen bij asymptomatische type 1- of type 2-diabetici voor de screening naar coronaire vaatziekten.
In een editorial horende bij deze studie zoekt de auteur naar de redenen voor dit negatieve resultaat. Een daarvan zou de strikte medische behandeling kunnen zijn.