Prostaatkanker : Klassieke behandeling minder efficiënt in geval van BRAC-mutatie
Patiënten met een plaatselijke prostaatkanker die een mutatie vertonen van de BRCA-genen, reageren minder goed op de klassieke behandelingen waaronder chirurgie en radiotherapie. Die patiënten kennen ook een lagere overleving.
Volgens preliminaire gegevens die in 2013 werden gepubliceerd, vertonen patiënten met dergelijke mutaties een agressievere en dodelijkere prostaatkanker. Daarom hebben Spaanse en Britse vorsers een grondig onderzoek verricht bij patiënten met mutaties van de BRCA-genen. Ze hebben daarbij duidelijk kunnen aantonen dat patiënten met een plaatselijke prostaatkanker en een gemuteerd BRCA-gen minder goed reageren op de behandeling (vooral chirurgie en radiotherapie).
Minder goede resultaten ongeacht de behandeling
De studie werd uitgevoerd bij meer dan 1.300 patiënten met prostaatkanker. 67 patiënten vertoonden een BRCA-mutatie. De tienjaarsoverleving na radiotherapie bedroeg 39% bij de patiënten met een mutatie en 80% bij de patiënten zonder mutatie. Het verschil bij chirurgische behandeling was minder groot, maar er was een verschil: de overleving bedroeg 67% bij de patiënten met en 91% bij de patiënten zonder BRCA-mutatie. De auteurs stellen evenwel dat een langere follow-up vereist is om na te gaan of dat laatste verschil werkelijk significant is.
Nieuwe therapeutische targets?
Momenteel lopen klinische studies om na te gaan of nieuwe gerichte behandelingen interessant zouden kunnen zijn in dat kader, vooral PARP-remmers, die specifiek gericht zijn tegen tumoren met een gemuteerd BRCA en die al goede resultaten hebben opgeleverd bij ovariumkanker.
De conclusie die we toch al uit die studies kunnen trekken, is dat patiënten met een prostaatkanker en een gemuteerd BRCA-gen aandachtig moeten worden gevolgd.