Hiv, osteoporose en aortaverkalking
Bij hiv-negatieve patiënten is er bewijsmateriaal dat lijkt te wijzen op een verband tussen osteoporose en hart- en vaatziekten. In deze studie werd bij hiv-positieve patiënten gezocht naar een verband tussen verkalkingen in de abdominale aorta, en botdensiteit en wervelfracturen.
Van 280 asymptomatische hiv-positieve patiënten van de 'San Paolo Infectious Diseases' cohorte werd een radiografie van de wervelkolom in zijaanzicht en een DXA genomen.
Definities
Voor het identificeren van verkalkingen in de aorta abdominalis werd de AAC-8 score gebruikt. Hiervoor meet men de lengte van de abdominale aortacalcificatie (AAC) ten opzichte van de lumbale wervels. Is dat 1 wervel lang, dan is de score 1, >1 maar ≤2, is de score 3, bij >3 wervels lang is de score 4. Zowel de anterieure als de posterieure abdominale aortawand tellen mee. Dus de slechtste score is 8.
Een lage botdensiteit werd gedefinieerd als een T-score of Z-score <-1 in de lumbale wervelkolom of de femurhals.
Een wervelfractuur werd gedefinieerd als een 'spine deformity index' SDI ≥1, volgens de semikwantitatieve analyse van Genant.
Sterke predictor
Een AAC-score ≥ 1 werd gevonden bij 65 patiënten (23,2%), van wie 15 een score > 2 hadden. 58,2% van de deelnemers had een lage botdensiteit en 17,1% een wervelfractuur volgens de definities.
In de univariaatanalyse was een AAC-score ≥1 geassocieerd met leeftijd, lage CD4-waarden, aids-diagnose, en onder HAART-behandeling staan. Maar in de multivariaatanalyse bleef alleen de associatie met de leeftijd overeind (OR 2,62; 1,72-3,99; p<0,0001).
Patiënten met een AAC-score ≥1 hadden een verdubbeling van het risico op een lage botdensiteit (HR 2,45; 1,32-4,45; p=0,004) en op een wervelfractuur (HR 2,17; 1,1-4,2; p=0,02) dan mensen met een AAC-score gelijk aan 0. De mate van abdominale aortaverkalkingen is rechtevenredig met de mate van wervelinzakking. Een AAC-score >2 verzesvoudigt het risico op een wervelfractuur.
In deze hiv-populatie is abdominale aortacalcificatie een sterke predictor van zowel lage botdensiteit als wervelfractuur, onafhankelijk van de factoren van botvorming.