Blaaskanker: kwaliteit van biopsies is essentieel
Aanwezigheid van spierweefsel in een biopt afgenomen tijdens de evaluatie van blaaskanker wordt vaak beschouwd als een indirect teken van de kwaliteit van de staging. Een Amerikaanse studie heeft het verband onderzocht tussen de kwaliteit van de staging op het ogenblik van de diagnose en de klinische evolutie van de patiënten. Conclusie: een slechte kwaliteit van de biopsies (d.w.z. geen spierweefsel in het biopt, wat het geval was in de helft van de onderzochte biopten) ging gepaard met een hogere kankersterfte.
De onderzoekers zijn uitgegaan van een groot register van patiënten in de streek van Los Angeles. Het register telde 1.865 patiënten met een blaaskanker zonder invasie van de spierwand. De onderzoekers hebben dan de klinische gegevens en de overleving van die patiënten geëvalueerd. De monsters werden afgenomen door 355 verschillende urologen en werden onderzocht door 27 pathologen.
Veel biopsies van slechte kwaliteit
Bij analyse van het verslag van de patholoog hebben de onderzoekers vastgesteld dat slechts de helft van de monsters (52,1%) spierweefsel bevatte en dat 30,2% van de monsters geen spierweefsel bevatte. In het rapport van 17% van de monsters werd niet vermeld of er al dan niet spierweefsel in zat. De aanwezigheid van spierweefsel verschilde niet naargelang van de tumorgraad en de diepte van de invasie.
Significante invloed op de sterfte
De belangrijkste observatie is uiteraard dat er een significant verband werd vastgesteld tussen de sterfte en de kwaliteit van de staging (p < 0,05). Bij de patiënten met een hooggradige blaaskanker was de kankerspecifieke sterfte na vijf jaar 7,6% als er spierweefsel in het biopt zat, 12,1% als er geen spierweefsel in zat en 18,8% als dat niet werd vermeld in het protocol.
Dr. Karim Chamie (UCLA): "Het is zeer belangrijk om bij de endoscopische resectie van een blaaskanker een correct monster van spierweefsel af te nemen."