Insuline bij type 2-diabetici en hypoglykemie
Hypoglykemie is een risico waar men bij glucoseverlagende therapieën rekening moet mee houden. Hoe frequent is ze en wat zijn de predictoren als insuline wordt toegevoegd aan een oraal antidiabeticum bij individuen met hoog cardiovasculair risico en een gestoorde glykemie?
In ORIGIN (Outcome Reduction with an Initial Glargine Intervention) werden 12.537 patiënten - met prediabetes of pas gediagnosticeerde type 2-diabetes maar met hoog cardiovasculair risico - gerandomiseerd tot het toevoegen aan de behandeling met orale antidiabetica van insuline glargine (opgetitreerd tot een nuchtere glykemie van minder dan 95 mg/dl) of standaardtherapie.
Resultaten van de ORIGIN-studie
Over een mediane follow-up van 6,2 jaar werd door 28% van de deelnemers niet-ernstige hypoglykemie gerapporteerd en door 3,8% ernstige hypoglykemie. Een eerder gebruik van sulfonylurea en toewijzing van insuline glargine waren onafhankelijke predictoren voor een hoger risico op hypoglykemie. Een jongere leeftijd, een lager BMI, de aanwezigheid van diabetes, en een hoger baseline HbA1c gingen onafhankelijk gepaard met minder ernstige hypoglykemie. Een oudere leeftijd, hoge bloeddruk, een hoger serumcreatinine en een minder goede cognitieve functie waren geassocieerd met meer ernstige hypoglykemie-episodes. Merkwaardig genoeg had de baseline glykemie geen impact. Een progressieve stijging van het HbA1c onder behandeling verminderde het risico op niet-ernstige hypoglykemie in beide groepen, verminderde ook het risico op ernstige hypoglykemie in de glarginegroep en verhoogde het risico op ernstige evenementen in de groep met standaardzorg.
Insuline voor type 2-diabetici
In een recente review in Diabetes & Metabolism lezen we bovendien dat het vroeger gebruik van insuline bij type 2-diabetici leidt tot een betere glykemiecontrole, minder gewichtstoename en minder hypoglykemie-episodes dan wanneer insuline pas laat in het ziekteverloop wordt toegevoegd. Verschillende studies hebben het voordeel van een vroege tijdelijke intensieve insulinetherapie bij de diagnose aangetoond: de schade door gluco- en lipotoxiciteit wordt beperkt, de residuele bètacelfunctie verbetert en de ziekteprogressie wordt mogelijk vertraagd. Nieuw gediagnosticeerde type 2-diabetici met een HbA1c hoger dan 9% zouden zo normoglykemisch worden in een paar weken, waarna verder een standaardbehandeling kan worden ingesteld.