Rol van zonuline bij polycystische ovaria
Het polycystisch ovarium syndroom (PCOS) zou gepaard gaan met een verhoogde darmpermeabiliteit. Hebben deze vrouwen dan ook hogere serumspiegels zonuline en wat is het verband tussen zonuline, insulineresistentie en menstruatiestoornissen?
Om dat te onderzoeken werden 78 vrouwen met een recente diagnose van PCOS en 63 leeftijdsgematchte gezonde controlevrouwen geïncludeerd in een studie. Serumspiegels van zonuline werden door ELISA bepaald, en de insulineresistentie door het HOMA-IR model en de insulinesensiviteitsindex.
Over zonuline
Zonuline is een eiwit dat bij de mens de enige gekende fysiologische mediator is van de intestinale epitheliale permeabiliteit. Het werkt door de cellen van het darmepitheel die de darmwand bekleden, minder hecht aan elkaar te laten plakken. Sommige darmbacteriën zouden de darm aanzetten tot productie van meer zonuline, andere tot minder. Ook gluten zou de aanmaak van zonuline stimuleren.
Patiënten met type 1-diabetes zouden extra veel zonuline hebben.
Bij PCOS
De resultaten suggereren dat de darmpermeabiliteit een rol zou kunnen spelen in de pathofysiologie van PCOS. Vrouwen met PCOS hadden inderdaad significant hogere serumspiegels van zonuline (p=0,022).
Bovendien stelden de onderzoekers een significante correlatie vast tussen zonulinespiegels en insulineresistentie, na correcties voor leeftijd en BMI. Vrouwen met polycystische ovaria en ernstigere menstruatiestoornissen hadden significant hogere zonulinespiegels waarbij er een omgekeerde correlatie werd vastgesteld tussen zonuline en het aantal menstruatiecycli per jaar (r=-0,398; p<0,001).
De auteurs besluiten dan ook dat zonuline zou kunnen worden gebruikt als biomerker zowel voor de risicostratificatie als voor de therapeutische uitkomst bij vrouwen met PCSO.