Fractuurrisico correcter inschatten
Het doel van deze Deense studie was na te gaan hoe vrouwen zelf hun risico op een fractuur inschatten, evenals de aanwezigheid van risicofactoren. Dit risico werd vergeleken met een bepaling van het absolute fractuurrisico via FRAX.
Om dat te onderzoeken werden de gegevens van de 20.905 vragenlijsten uit de ROSE-studie gebruikt. De Risk-stratified Osteoporosis Strategy Evaluation (ROSE) studie is een gerandomiseerde prospectieve bevolkingsstudie die de doeltreffendheid van een screeningprogramma ter preventie van fracturen onderzocht bij vrouwen van 65 tot 80 jaar.
Algemene onderschatting
De vragen gingen over osteoporose, risicofactoren voor osteoporose, perceptie van het risico op fracturen. Tevens werd de mogelijkheid geboden om het fractuurrisico met FRAX te berekenen. De inschatting van het fractuurrisico was gewoonlijk lager dan het risico bepaald met FRAX. Anderzijds denken vrouwen met risicofactoren dat hun fractuurrisico significant hoger ligt dan dat van hun gelijken. Er werd geen correlatie tussen de zelfinschatting en het absolute risico gevonden.
Factoren die maken dat vrouwen zichzelf een hoger fractuurrisico toeschrijven zijn: een vorige osteoporotische fractuur, een heupfractuur bij een van de ouders, vallen, een zelfinschatting van hun gezondheidstoestand, omstandigheden die leiden tot secundaire osteoporose en het niet kunnen verrichten van huishoudelijk werk.
Betere communicatie
Hoewel vrouwen van 65-80 jaar dus vaak hun fractuurrisico onderschatten, in vergelijking met hun absolute risico, hebben ze wel een goed idee van een aantal risicofactoren. Communicatie over het echte risico en hen wijzen op minder gekende risicofactoren kunnen helpen voor een betere fractuurpreventie. Bovendien moet men erkennen dat perceptie van het fractuurrisico niet alleen rekening houdt met risicofactoren, maar ook met eigen ervaring in het dagelijkse leven en persoonlijke voorgeschiedenis.