Diabetische perifere neuropathie en valrisico
Patiënten met diabetische perifere neuropathie hebben de neiging om sneller te vallen dan hun leeftijdsgematchte controles. Hiervoor wordt niet alleen de neuropathie verantwoordelijk geacht. De andere oorzakelijke factoren zijn evenwel nog niet helemaal duidelijk.
In deze studie wordt het opwekken van kracht en spieractiviteit bij het op- en afgaan van trappen onderzocht, in een poging om de bijdrage hiervan tot het valrisico beter te omschrijven.
Daartoe werden bij 63 patiënten (21 met diabetische perifere neuropathie, 21 diabetische controles en 21 gezonde controles) wijzigingen in de extensorspieractiviteit van enkel en knie geanalyseerd bij het stijgen en dalen van trappen.
Stoornis in de activatie van de extensoren
Tijdens het op- en afgaan van de trappen was het opwekken van kracht in de enkel en de knie significant lager bij patiënten met diabetische perifere neuropathie dan bij gezonde controles. Bij het stijgen werden beide onderzochte spieren significant trager in actie gezet en duurde het langer eer de piekactiviteit werd bereikt. Bij het dalen activeerden de patiënten met diabetische perifere neuropathie hun enkelextensoren significant vroeger, maar ook hier werd de piek in beide spieractiviteiten pas na een significant langer interval bereikt.
Gevolgen voor de stabiliteit
De gestoorde activatie van de extensorspieren verhoogt ongetwijfeld de kans op instabiliteit en kan de oorzaak zijn van een hoger valrisico. Hoe dit voorkomen? Oefeningen tegen weerstand van enkel- en knie-extensoren kunnen deze spieren versterken met een mogelijke daling van het valrisico tot gevolg.