Urineweginfectie op katheter (1)
Interactie met een adhesine die een rol speelt bij de vorming van de biofilm, zou een nieuwe aanpak kunnen zijn bij de preventie van urineweginfecties op katheter.
Infecties die samenhangen met een drain, een sonde of een katheter, zijn de belangrijkste nosocomiale infecties en veroorzaken ook vaak een secundaire septikemie.
Wat urineweginfecties op een blaaskatheter betreft, rapporteert een Amerikaanse groep dat inplanting van een katheter infecties in de hand kan werken door irritatie van de wand van de urinewegen. Want zelfs een lichte irritatie kan leiden tot afgifte van fibrinogeen. Fibrinogeen is een stollingseiwit dat agglutineert op de katheter.
Als bacteriën zoals Enterococcus faecalis in een blaas geraken waar een katheter in zit, hebben ze de kwalijke neiging om het fibrinogeen te koloniseren. Ze maken daarbij gebruik van een gespecialiseerd eiwit (ebpA: Endocarditis and Biofilm-associated Pilus subunitA). Via dat eiwit hechten enterokokken zich aan fibrinogeen. Er vormen zich dan kleverige uitgroeisels op de katheter die een biofilm vormen waarin de bacteriën bescherming en voedsel vinden.
Tegen de achtergrond van die gegevens is een groep vorsers erin geslaagd om een vaccin te ontwikkelen dat antistoffen tegen ebpA vormt en zo de vorming van een biofilm verhindert. De bacteriën kunnen zich dan niet meer verankeren aan de katheter en worden dan geëlimineerd.
In een muizenmodel van urineweginfectie op katheter hebben ze aangetoond dat het vaccin efficiënt bescherming biedt. Nu nog aantonen dat dat ook werkt bij de mens.