Link schildklier en obesitas
Obesitas en schildklieraandoeningen zijn frequent in de algemene bevolking. Niet zelden worden ze ook bij een en dezelfde persoon aangetroffen. Toeval of niet? En kan dit therapeutische gevolgen hebben? De auteurs geven een overzicht van de relevante gegevens uit de literatuur.
Schildklierhormoon draagt in belangrijke mate bij tot het energieverbruik en tot regulering van de eetlust. Anderzijds werken producten afgescheiden door vetweefsel in op het centrale zenuwstelsel via het doorsturen van informatie over energiereserves, en dat kan gevolgen hebben voor de werking van de hypothalamus-hypofyse-schildklieras.
Enkele historische feiten
Een gewichtstoename kon worden omgekeerd door een behandeling met schildklierhormoon bij patiënten met myxoedeem. Snel werd echter duidelijk dat deze gewichtsreductie werd veroorzaakt door een vermindering van de vetvrije massa. Een van de belangrijkste tekens van thyreotoxicose was gewichtsverlies.
Tal van pogingen werden ondernomen om euthyroïde obese patiënten te behandelen met schildklierhormoon of analogen ervan, om het energieverbruik te stimuleren, bovenop een dieet. De complexiteit neemt nog toe als we rekening houden met het feit dat obese patiënten vaak gestoorde schildkliertesten hebben; de vraag of substitutie hier nodig is, dringt zich dan op.
Er zijn ook epidemiologische data die tonen dat obesitas gepaard gaat met een hogere incidentie van schildklierkanker. Hoewel het debat hierover nog loopt, wordt de rol van obesitas in de schildklieroncogenese in vraag gesteld.
Antwoorden uit de literatuur
Een permanente interactie tussen de schildklier en vetweefsel is bepalend voor gewichtscontrole en het onderhouden van een optimale energiebalans. Schildklierdisfuncties kunnen dit evenwicht verstoren en moeten worden behandeld. Of obesitas een pathogene rol speelt in schildklieraandoeningen moet nog verder worden uitgepluisd. De identificatie van schildklierhormoontekorten bij obese patiënten is complex. Ondanks het belang om subklinisch en uitgesproken hypothyroïdie te behandelen - om de cardiovasculaire prognose te verbeteren - zijn er tot op heden geen bewijzen in het voordeel van een farmacologische behandeling van geïsoleerde hyperthyrotropinemie (te veel TSH en normaal T4) die vaak wordt aangetroffen bij obese patiënten.
Het is niet aanbevolen om schildklierhormoon als anti-obesitasmedicatie te gebruiken. Toch blijkt uit preklinische studies dat thyromimetica, door het selectief inwerken op bepaalde receptoren, hun nut kunnen hebben in de behandeling van obesitas en lipidenstoornissen.