Vroege radiotherapie bij agressieve prostaatkanker
Vorsers van de universiteiten van Montreal en Milaan hebben samen een studie uitgevoerd die aantoont dat vroege radiotherapie de kankerspecifieke sterfte verlaagt bij patiënten met een agressieve prostaatkanker. Dat blijkt niet zo te zijn bij een minder agressieve prostaatkanker.
De vorsers hebben de werkzaamheid van vroege radiotherapie (binnen zes maanden na een radicale prostatectomie) onderzocht bij patiënten met een gevorderde prostaatkanker. De resultaten werden geanalyseerd volgens de agressiviteit van de tumor.
Meer of minder agressief?
Ze hebben daarvoor de gegevens doorgenomen van meer dan 7.000 patiënten met een gevorderde prostaatkanker (pT3/4 N0/1) die een radicale prostatectomie hadden ondergaan. Ze hebben het effect van vroege radiotherapie op de kankersterfte onderzocht, eerst in de totale groep en daarna volgens een risicoscore gebaseerd op het aantal en de aard van ongunstige pathologische kenmerken (gleasonscore 8-10, PT3b/4 en invasie van lymfeklieren).
Significante daling van de sterfte
De kankersterfte bij de patiënten met een hoog risico (score ≥ 2) was significant lager (p = 0,002) als ze vroege radiotherapie hadden gekregen, dan bij de andere patiënten. De 5 jaarssterfte bedroeg 2,9% in de hoogrisicogroep die vroege radiotherapie had gekregen, en 5,7% in de hoogrisicogroep die geen vroege radiotherapie had gekregen. De tienjaarssterfte bedroeg respectievelijk 6,9% en 16,2%. Het aantal patiënten dat moest worden behandeld om één sterfgeval over een periode van tien jaar te voorkomen (NNT), was tien. Bij de patiënten met een lager risico (score < 2) had vroege radiotherapie geen enkel effect op de sterfte aan prostaatkanker.
Selectie van de patiënten
Bij patiënten die minstens twee van de drie pathologische kenmerken (gleasonscore 8-10, PT3b/4 en invasie van lymfeklieren) vertonen, zal een vroege radiotherapie de langetermijnoverleving verbeteren.