Groeihormoonsubstitutie: wat op lange termijn?
Het is onduidelijk wat het metabole effect van groeihormoondeficiëntie op termijn is bij patiënten die behandeld werden voor acromegalie en of een behandeling met groeihormoon in deze populatie veilig en doeltreffend is. In deze studie werd het effect op cardiovasculaire risicofactoren en morbiditeit vergeleken met dat van patiënten behandeld voor een niet-functioneel hypofyseadenoom.
Dit is een Nederlandse nationale surveillancestudie. De gegevens werden gehaald uit het Nederlands Nationaal Register van groeihormoonbehandelingen bij volwassenen. 65 patiënten met voorafgaande acromegalie werden vergeleken met 778 patiënten met een niet-functioneel hypofyseadenoom. Er werd gekeken naar lichaamssamenstelling, lipidenprofiel, glucosemetabolisme, bloeddruk en morbiditeit.
Vergelijkbare cardiovasculaire morbiditeit
Groeihormoondeficiëntie leidt in beide groepen, maar meer nog na acromegalie, tot een ongunstige metabool profiel. Maar als groeihormoon wordt toegediend, verbetert het lipidenprofiel in beide groepen (ook na exclusie van de patiënten die cholesterolverlagende medicatie namen).
Het HbA1c stijgt significant meer bij patiënten na acromegalie dan met een niet-functioneel hypofyseadenoom (0,03; 0,002-0,06; p=0,04) en de glykemie moet dus nauwgezet worden opgevolgd. De cardiovasculaire morbiditeit was vergelijkbaar tussen beide groepen.
Kortom, de toediening van groeihormoon aan patiënten na behandeling voor acromegalie heeft dus geen nadelige effecten op de cardiovasculaire mobiditeit.