Lymfeklieruitruiming na recidief: nuttig of niet?
Heeft een lymfeklieruitruiming zin na een nodaal recidief van prostaatkanker na een radicale prostatectomie? Een groep Beierse urologen heeft het effect van een dergelijke ingreep op de prognose van de patiënten onderzocht.
Deze retrospectieve studie werd uitgevoerd bij 58 patiënten bij wie een "rescue"-resectie van pelviene en/of retroperitoneale lymfeklieren was uitgevoerd wegens een recidief van prostaatkanker na een radicale prostatectomie. Biochemische respons werd in deze studie gedefinieerd als een PSA-gehalte lager dan 0,2 ng/ml 40 dagen na de operatie. Een biochemische relaps werd gedefinieerd als een PSA-gehalte hoger dan 0,2 ng/ml. De tijd tot optreden van een biochemisch recidief, de tijd tot optreden van een klinisch recidief en de specifieke overleving werden geanalyseerd met Kaplan-Meiercurven.
Verergering bij de meeste patiënten
De mediane duur van de follow-up na dissectie van de lymfeklieren was 39 maanden. 22,4% van de patiënten vertoonde een biochemische respons. Slechts één patiënt heeft geen biochemisch recidief ontwikkeld tijdens de follow-up. 48,1% van de patiënten heeft een klinisch recidief ontwikkeld en zes patiënten (10,3%) zijn gestorven aan hun kanker. De tijd tot optreden van een klinisch recidief was langer bij de patiënten die een volledige biochemische respons hadden vertoond, maar dat had geen invloed op de kankerspecifieke overleving. Die laatste bedroeg 71,1% na vijf jaar.
Nuttig bij geselecteerde patiënten
Tot besluit, bij een aantal patiënten werd een biochemische respons verkregen, maar de meeste patiënten hebben een biochemisch recidief ontwikkeld ondanks de operatie. De helft van de patiënten heeft echter geen klinisch recidief ontwikkeld. De auteurs concluderen dan ook dat een lymfeklieruitruiming bij geselecteerde patiënten met een dergelijk klinisch beeld het optreden van een klinisch recidief kan tegengaan en de noodzaak tot starten van een androgeendeprivatietherapie kan uitstellen. De patiënten die aan prostaatkanker zijn gestorven, waren echter vooral patiënten bij wie van meet af aan extraganglionaire letsels werden vermoed.