Evolutie van glykemie na longtransplantatie en hartchirurgie
Het vroegtijdig opsporen en behandelen van diabetes na longtransplantatie zou de overleving ten goede komen. Anderzijds zou het instellen van hogere glykemiedrempelwaarden na hartchirurgie niet meer impact hebben op mortaliteit en morbiditeit dan het volgen van striktere drempels.
Met een orale glucosetolerantietest (OGTT) werd de diabetesstatus voor en na longtransplantatie vergeleken in een Australische prospectieve en longitudinale studie. Tussen augustus 2010 en december 2012 ondergingen 156 patiënten een longtransplantatie. Na de transplantatie hadden de meeste patiënten glykemiestoornissen: na 3, 12 en 24 maanden respectievelijk 47%, 44% en 40% diabetes, bovenop respectievelijk 20%, 11% en 7% gestoorde glucosetolerantie en/of nuchtere glykemie. De incidentie van nieuwe diabetesgevallen na transplantatie bedroeg respectievelijk 32%, 30% en 24%. De enige risicofactor hiervoor was een gestoorde OGTT (na 1 en 2 uur) pretransplantatie (OR respectievelijk 1,73 en 1,84; p=0,004). Bij patiënten met diabetes was de overleving korter: gemiddeld 979 dagen versus 1141 dagen zonder diabetes (p=0,023).
Als oorzaak voor hyperglykemie posttransplantatie geven de auteurs een gestoorde bètacelfunctie en insulineresistentie.
Na hartchirurgie
Dit is een Amerikaanse retrospectieve review van patiënten die van begin september 2007 tot eind april 2011 hartchirurgie hadden ondergaan. Op 1 september 2009 werden de richtlijnen aangepast: de drempelwaarden voor de glykemie om tot intraveneuze insulinetoediening over te gaan, werden verhoogd van 80-110 mg/dl naar 110-140 mg/dl. De vraag was dan ook in welke mate de glucosespiegels en de cardiale eindpunten hierdoor werden gewijzigd.
De 110-140-groep had dan wel hogere glykemiespiegels tijdens de insulinetoediening (infuus en subcutaan) en eveneens drie dagen postoperatief, in vergelijking met de 80-110-groep, maar minder patiënten hadden een matige hypoglykemie (<70 mg/dl): 73 versus 177 (p=0,04). Er was één geval van ernstige hypoglykemie (<40 mg/dl) in de 80-110-groep versus drie gevallen in de 110-140-groep. Er werden evenwel geen significante verschillen in mortaliteit noch in chirurgische complicaties (met uitzondering van herintubatie) tussen beide groepen vastgesteld.