Lithotripsie en antistollingstherapie slecht gedocumenteerd
Een Duitse groep heeft de literatuur doorgenomen betreffende schokgolflithotripsie voor stenen in de nieren of de proximale ureter bij patiënten die worden behandeld met anticoagulantia of plaatjesaggregatieremmers.
Er zijn maar weinig gegevens over hemorragische complicaties van schokgolflithotripsie bij patiënten die anticoagulantia of plaatjesaggregatieremmers krijgen, en dat zijn dan doorgaans nog retrospectieve studies van slechte kwaliteit. De auteurs benadrukken evenwel dat een onderbreking van de anticoagulantia of plaatjesaggregatieremmers het risico op ernstige cardiovasculaire complicaties verhoogt. Bij een ongecontroleerde bloeding wordt doorgaans een ureterorenoscopie aanbevolen, maar er is weinig bewijsmateriaal om die houding te staven. Ze noteren ook dat de aanpak van patiënten die worden behandeld met anticoagulantia of plaatjesaggregatieremmers en andere heelkundige ingrepen moeten ondergaan, aanzienlijk verbeterd is. Toediening van aspirine in lage dosering is meestal geen contra-indicatie meer voor chirurgie. Je zou dat dus ook kunnen overwegen bij schokgolflithotripsie.
Conclusie van de auteurs: evalueer de risico-batenverhouding bij elke patiënt afzonderlijk. Toediening van aspirine is geen absolute contra-indicatie meer. Ze pleiten uiteraard, hoe kan het ook anders, voor het opstarten van gerandomiseerde, prospectieve studies.