Laat ook hoogrisicopatiënten zelf bloeddruk regelen
Zou u patiënten met cardiovasculaire antecedenten, diabetes of chronisch nierfalen zelfmonitoring van de bloeddruk en zelftitratie van de antihypertensieve medicatie laten doen? Een Brits onderzoek in de eerste lijn bewijst dat het loont.
In deze gerandomiseerde studie werden 552 patiënten opgenomen. De minimumleeftijd was 35 jaar. Zij hadden een voorgeschiedenis van stroke, coronaire hartziekte, diabetes of chronisch nierfalen. Bloeddruk bij de start moest ≥ 130/80 mm Hg zijn. De studie liep van maart 2011 tot januari 2013 bij 59 Britse huisartsen.
Hoe ging men te werk?
Elke patiënt die zelf zijn bloeddruk opvolgde, kreeg een individueel algoritme voor aanpassing van de antihypertensieve medicatie. Streefdoel was een bloeddruk in de praktijk van 130/80 mm Hg en een thuismeting van 120/75 mm Hg. De controlegroep ging naar de huisarts voor bloeddrukcontrole en zo nodig aanpassing van de medicatie.
Het primaire eindpunt was het verschil in systolische bloeddruk na één jaar.
Wat waren de resultaten?
Voor 81% van de patiënten waren de primaire eindpunten beschikbaar. De gemiddelde bloeddruk bij de start was 143,1/80,5 mm Hg in de interventiegroep en 143,6/79,5 mm Hg in de controlegroep. Na één jaar was deze gemiddeld gedaald tot respectievelijk 128,2/73,8 en 137,8/76,3 mm Hg. Dat is een verschil van 9,2 mm Hg in systolische en 3,4 mm Hg in diastolische bloeddruk (na correctie van het verschil in startbloeddruk). Het verschil was iets minder groot na invullen van ontbrekende data: 8,8 mm Hg systolisch en 3,1 mm Hg diastolisch. Deze resultaten werden bereikt in alle subgroepen, zonder overmatige nevenwerkingen.
Besluit
Bij patiënten met een hoog cardiovasculair risico was de bloeddruk na één jaar zelfcontrole van bloeddruk en medicatie gedaald. Of dat komt omdat deze patiënten zich bewust zijn van de ernst van hun toestand, is een mogelijke verklaring maar werd niet vermeld.