Obesitas: ijzeropstapeling als biomerker voor cognitiestoornissen
In een obese populatie is het verband tussen ijzeropstapeling, insulineresistentie en cognitie onduidelijk. In deze studie werd gekeken naar de factoren die bij obesen bijdragen tot een verhoogde aanwezigheid van ijzer in de lever en in de hersenen, en de impact ervan op cognitie.
23 obese individuen, van middelbare leeftijd en zonder diabetes, en 20 gezonde niet-obese controlepersonen werden prospectief gerekruteerd. Met MRI werd de ijzerbelasting gepaald in de witte en grijze hersenstof en in de lever. Met HOMA-IR (Homeostatis Model of Assessment) en een orale glucosetolerantietest werd de insulineresistentie gemeten. De cognitieve prestaties werden via neuropsychologische testen geëvalueerd.
IJzeropstapeling en cognitie
Bij obese individuen werd een significante stijging van de ijzeropstapeling vastgesteld in verschillende delen van de hersenen: de nucleus caudatus (p<0,001), de nucleus lenticularis (p=0,004), de hypothalamus ((p=0,002) en de hippocampus (p<0,001). Dat was ook het geval in de lever (p<0,001). De ijzeropstapeling in de lever was recht evenredig met die in de nucleus caudatus, de hypothalamus en de hippocampus. Bovendien ging dit, evenals de ijzeropstapeling in de caudatus en de hippocampus, onafhankelijk gepaard met de mate van insulinerespons (grootte van de AUC). Anderzijds, hoe meer ijzer opgestapeld was in de nucleus caudatus, de nucleus lenticularis en de hypothalamus, hoe slechter de cognitieve prestaties bij de obesen waren.
Kortom
De auteurs besluiten dat obesitas en insulineresistentie inderdaad de ijzerbelasting in lever en hersenen kunnen verhogen en dat dit in de hersenen een negatieve impact heeft op cognitie. Omgekeerd, ijzeropstapeling in de hersenen, vastgesteld op MRI, kan een potentiële biomerker zijn voor cognitiestoornissen gelinkt aan insulineresistentie en obesitas.