α-oestrogeenreceptoren, een therapeutische target bij BPH
Amerikaanse vorsers hebben bij Indische muizen aangetoond dat alfa-oestrogeenreceptoren een belangrijke rol spelen bij de blaascomplicaties van een goedaardige prostaathypertrofie. Remming van die receptoren met specifieke antagonisten zoals raloxifen zou dan ook therapeutisch interessant kunnen zijn.
Oestrogenen spelen een belangrijke rol bij de groei van de prostaat. Dat is ook zo bij goedaardige prostaathypertrofie. Maar er bestaan nog geen geneesmiddelen die direct gericht zijn tegen de effecten van oestrogenen. Oestrogenen werken vooral in via specifieke alfa- en bètareceptoren. Amerikaanse vorsers hebben bij muizen de relatieve rol van die receptoren bij de pathogenese van blaascomplicaties bij goedaardige prostaathypertrofie onderzocht. Ze hebben tevens onderzocht of die complicaties kunnen worden voorkomen door toediening van selectieve oestrogeenreceptormodulatoren (SERM's), selectieve alfa-oestrogeenreceptorantagonisten zoals raloxifen en tamoxifen en een selectieve bèta-oestrogeenreceptorantagonist.
Van muizen en hormonen
De onderzoekers hebben C57bl/6-muizen behandeld met testosteronimplantaten en 17?-oestradiol in de vorm van granulen met trage afgifte. Bij de muizen in de controlegroep werd een 'placebochirurgie' uitgevoerd. Muizen die geen alfa- en bèta-oestrogeenreceptoren bevatten (knock-outmuizen), werden vergeleken met homologe 'wild type' muizen (ER?WT en Er?WT) om de bijdrage van de verschillende receptortypes te analyseren. De WT muizen die testosteron en 17?-oestradiol kregen en werden behandeld met SERM's, werden vergeleken met muizen die dezelfde hormonen kregen zonder SERM's, om na te gaan of SERM's de blaascomplicaties van goedaardige prostaathypertrofie kunnen voorkomen.
Minder blaascomplicaties
De resultaten waren dat ER?WT- en ER?WT-muizen die werden behandeld met testosteron en 17?-oestradiol, een hypertrofische blaas en urineretentie hebben ontwikkeld. Dat was niet zo bij de alfa-oestrogeenreceptorknock-outmuizen die testosteron en 17?-oestradiol hadden gekregen. De bèta-oestrogeenreceptorknock-outmuizen die testosteron en 17?-oestradiol hadden gekregen, ontwikkelden eveneens een hypertrofische blaas, een grotere blaasmassa en urineretentie. Bij toediening van raloxifen, een selectieve alfa-oestrogeenreceptorantagonist, verminderde de blaasmassa in vergelijking met de WT muizen die werden behandeld met testosteron en 17?-oestradiol. Dat was niet zo bij toediening van een selectieve bèta-oestrogeenreceptorantagonist.