Over het verband tussen zout en hoge bloeddruk
Mensen met een hoge bloeddruk raadt men aan om minder zout te eten. Uit de INTERSALT-studie bleek inderdaad een bescheiden verband tussen hogere zoutinname en hogere bloeddruk. Deze studie was echter te klein om factoren aan te wijzen die een invloed hebben op dit verband, zoals de hoeveelheid ingenomen zout of de bloeddrukwaarden.
Dat kon in de PURE-studie (Prospective Urban Rural Epidemiology) worden onderzocht: een grote, internationale, prospectieve, epidemiologische studie met 102.216 deelnemers uit 18 landen. De urinaire excretie van natrium en kalium over 24 uur werd ingeschat op basis van een nuchter ochtendurinestaal en gebruikt als surrogaatmerker voor de zout- en kaliuminname. Dit geeft volgens de auteurs wel een 10% overschatting van de zoutexcretie, waardoor de associatie met hoge bloeddruk voor lagere zoutinname zou gelden.
Steiler wordende curven
Voor een toename van de zoutuitscheiding met 1 g bleek de systolische bloeddruk met 2,11 mm Hg en de diastolische met 0,78 mm Hg te stijgen. De curve van dit verband is des te steiler naarmate de zoutinname groot is en bedraagt bijvoorbeeld 2,58 mm Hg per gram zout voor een zoutexcretie van meer dan 5 gram per 24 uur. De curve is eveneens steiler bij individuen met hoge bloeddruk: 2,49 mm Hg per gram zout versus 1,30 mm Hg per gram zout zonder hypertensie. Ze is dat eveneens met stijgende leeftijd: 2,97 mmg Hg per gram zout bij 55-plussers versus 1,96 mm Hg per gram zout bij min 45-jarigen.
De curven zijn steiler dan in de INTERSALT-studie omdat ook individuen ouder dan 59 jaar werden geïncludeerd, en 42% Chinezen die meer zout eten. De huidige richtlijnen bevelen maximum 1,5 tot 2,4 g zoutinname per dag aan.
De kaliumexcretie is omgekeerd evenredig met de systolische bloeddruk, en heeft een steilere curve bij individuen met hypertensie en van oudere leeftijd.
Kortom, het verband tussen zoutinname en bloeddruk is niet lineair maar groter bij hoge zoutinname, hoge bloeddruk en ouderen.