Zwangere diabetica: hoger risico op complicaties?
Bij een aantal zwangere vrouwen met vooraf bestaande diabetes daalt de insulinenood met 15% of meer naar het einde van de zwangerschap. Een Australisch team onderzocht of dit klinische gevolgen heeft voor de foetus.
Voor hun onderzoek deden de auteurs een retrospectieve review van 139 zwangerschappen bij vrouwen met gekende diabetes. De bevallingen hadden plaats van januari 2010 tot januari 2013. In die groep identificeerden ze 35 vrouwen bij wie de piek in de totale hoeveelheid insuline per dag die nodig was, daalde met 15% of meer. Bij deze vrouwen keken ze in de eerste plaats naar een composiet van klinische merkers voor placentadysfunctie, waaronder pre-eclampsie, baby's die te klein waren voor de zwangerschapsduur (op of onder percentiel 5), doodgeboren baby's (na meer dan 20 zwangerschapsweken) en premature bevallingen (na 30 zwangerschapsweken of minder).
Vaker op intensieve zorg
Bij een vierde van de vrouwen (25,2%) werd een daling van meer dan 15% in de insulinebehoefte opgetekend, waarvoor nullipariteit de enige baseline predictor bleek (OR 2,5; 95% BI: 1,1-5,7; p=0,03). Langs de kant van de moeder ging deze daling gepaard met een hoger risico op pre-eclampsie (OR 3,5; 1,1-10,7; p<0,05) en op het composieteindpunt voor placentadysfunctie (OR 4,4; 1,73-11,26; p=0,002). Langs de kant van de baby's ging deze daling vaker gepaard met kinderen die te klein waren voor de zwangerschapsduur (OR 3,4; 1,0-11,0; p= 0,048), zonder evenwel een hogere incidentie van andere neonatale complicaties. Toch moesten zij vaker op de neonatale intensieve zorgeenheid verblijven (OR 15,5; 3,1-77,6; p=0,001) en was een premature bevalling vaker het geval (mediaan 37,7 weken versus 38,3 weken; p=0,014).
Kortom
Een daling van de insulinebehoefte in het derde trimester bij vrouwen met vooraf bestaande diabetes verhoogt het risico op complicaties door placentadysfunctie. Wat de aanpak hiervan kan zijn, moeten verdere prospectieve studies uitwijzen, aldus de auteurs.