Onvoldoende controle en complicaties bij TEENs
De TEENs-studie heeft het therapeutische beleid en de psychosociale factoren onderzocht die een invloed hebben op een goede glykemiecontrole bij jonge type 1-diabetespatiënten. Een dergelijke studie is altijd nuttig want ondanks de aanwinsten in de insulinetherapie bereiken de meeste patiënten de aanbevolen glykemiewaarden niet.
De onderzoekers hebben de gegevens doorgenomen van 5.960 jonge type 1-diabetespatiënten (8-25 jaar) in 219 centra in 20 landen op de vijf continenten. Daarmee schetst de TEENs-studie de glykemiecontrole en de levenskwaliteit van die patiënten volgens hun leeftijd (8 tot 12, 13 tot 18 en 19 tot 25 jaar). Zo hebben de auteurs kunnen aantonen dat er een verband bestaat tussen die twee parameters en
het optreden van acute complicaties (ketoacidose en ernstige hypoglykemie) naargelang van de leeftijdsgroep, allerhande al dan niet corrigeerbare kenmerken in de onderzochte patiëntenpopulatie.
Glykemiecontrole ruim onvoldoende
Bij minder dan een derde van de jonge diabetespatiënten is de glykemie goed onder controle te oordelen naar het HbA1c-gehalte (< 7,5% in de leeftijdsgroep van 8-12 en 13-18 jaar en < 7% in de leeftijdsgroep van 19-25 jaar). Het gemiddelde HbA1c-gehalte lag tussen 8,3 en 8,6 (gemiddeld 8,5 ± 1,8%), hoewel twee derde van de patiënten een intensieve insulinetherapie kreeg (grotendeels een basaal-prandiaal schema of insulinepomp) en ondanks gemiddeld ongeveer 4,1 ± 2,4 glykemiemetingen per dag.
Het percentage patiënten waarbij de glykemie goed onder controle was (HbA1c < 7,5%), was 32% in de leeftijdsgroep van 8-12 jaar en 29% in de leeftijdsgroep van 13-18 jaar. De situatie was nog slechter in de leeftijdsgroep van 19-25 jaar. Slechts 19% van die patiënten had een HbA1c < 7%. 18% van de totale patiëntengroep had een HbA1c ? 10%.
Tal van complicaties
Acute complicaties werden vooral gezien in de leeftijdsgroep van 19-25 jaar (6,6% ketoacidose en 4,1% ernstige hypoglykemie). In alle leeftijdsgroepen werd ketoacidose vaker gezien bij de patiënten met een slechte glykemiecontrole (tabel 1).
TEENs: acute complicaties volgens de leeftijd en de glykemiecontrole
8 tot 12 jaar
13 tot 18 jaar
19 tot 25 jaar
HbA1c
< 7,5%
? 7,5%
< 7,5%
? 7,5%
< 7%
? 7%
Ketoacidose
2,9
6,8
3,2
6,8
2,7
7,5
Ernstige hypo
2,2
2,7
1,9
2,3
6,2
3,6
Factoren die correleren met een goede controle
Bij multivariate logistische-regressieanalyse werd aangetoond dat het gebruik van de moderne middelen en methoden gunstige effecten heeft:
intensieve insulinetherapie (met inbegrip van insulinepomp), frequente glykemiecontroles (de onderzoekers betreuren overigens het zeer lage percentage (3,9%) continue glykemiecontrole), berekening van de koolhydraatinname in plaats van 'wilde' restrictie, geprogrammeerde lichaamsbeweging, preventie van ketoacidose, beschikbaarheid van glucagon.
Ook blijken familiale factoren een gunstig effect te hebben: geen conflicten in verband met de diabetes, de uitgaven voor de diabetes hebben weinig invloed op het gezinsbudget, en ondersteuning door beide ouders.
Meer details over de levenskwaliteit vindt u op (http://app.core-apps.com/tristar_ada14/abstract/e3048dedfd3d5fbcc516bc8638a638b4)
en (http://app.core-apps.com/tristar_ada14/abstract/e8d61d02f7113c57d153b01651af66a9-)