Diabetici: hoger risico op onnatuurlijke dood?
Komt onnatuurlijke dood vaker voor bij diabetici, ongeacht het type? Het antwoord op deze vraag is belangrijk omdat ze clinici en overheden in staat zou stellen om preventieve strategieën op het getouw te zetten.
Voor dit onderzoek werden de registers van de totale Zweedse populatie en die van het Zweedse Nationale Diabetesregister gelinkt. Van 1996 tot 2009 konden 252.191 diabetici (type 1 en 2) worden geïdentificeerd. Elke patiënt werd voor leeftijd, geslacht, en geboorteland gematcht met vijf niet-diabetici at random gekozen uit het algemene bevolkingsregister. Alle doodsoorzaken werden opgezocht en de risicoverhoudingen voor alle onnatuurlijke overlijdens en specifieke oorzaken werden bepaald door gebruik te maken van een fixed-effects Poisson regressie.
Vaker en jonger
Het risico op onnatuurlijk overlijden is groter in de diabetescohorte dan in de algemene bevolking, namelijk 77,3 versus 32,1 per 10.000 (RR 2,2; 95% BI: 2,1-2,4), en het doet zich voor op jongere leeftijd. Het risico was verhoogd voor zelfdoding (RR 3,4; 3,0-3,8), ongeval (RR 2,0; 1,9-2,1), moord (RR 3,1; 1,6-6,1) en iatrogene effecten (RR 2,4; 1,9-3,2). Bij de verschillende doodsoorzaken kwam vergiftiging met fatale afloop vaak voor, inclusief door drugs en andere niet nader bepaalde medicaties, zoals slaapmiddelen, alcohol, CO. Bijna 9% van deze fataal aflopende vergiftigingen in de diabetescohorte waren toe te schrijven een overdosis insuline of orale hypoglykemiërende medicaties.
Preventie?
De oorzaken van onnatuurlijke dood bij diabetici zijn dus verscheiden, maar vergiftiging, doelbewust of per ongeluk, komt vaker voor. De auteurs besluiten echter dat vooraleer preventieve maatregelen kunnen worden genomen, de risicofactoren en de oorzakelijke mechanismen die dit verhoogde risico verklaren, moeten worden uitgespit.