Wat leert moleculaire beeldvorming bij GEP-NET?
De lokalisatie en het al of niet functioneel zijn bij neuro-endocriene tumoren van de gastro-intestinale tractus en de pancreas (GEP-NET) bepalen, samen met metastasering, de klinische manifestaties en de prognose. Wat is de bijdrage van de moleculaire beeldvorming, bovenop de klassieke en functionele beeldvorming?
Met moleculaire beeldvorming kan de tumor worden gelokaliseerd en opgevolgd in de patiënt en kunnen functionele GEP-NET's via metingen in welbepaalde bloedstalen worden gelokaliseerd. Enkele voorbeelden.
Voor visualisatie en follow-up
De meeste GEP-NET hebben een hoge expressie van somatostatinereceptoren (SSR) (>80% SSR2a-subtype) met sterke affiniteit. Vandaar het gebruik van radioactief gemerkte somatostatineanalogen (SSA) voor somatostatinereceptor scintigrafie en SPECT. De sensitiviteit van goed gedifferentieerde tumoren van graad 1 en 2 is meer dan 80% met 111In-pentetreotide. Recenter wordt PET-CT met SSA gemerkt met radioactief 68Ga-DOTA gebruikt waarvan de sensitiviteit voor GEP-NET meer dan 90% bedraagt.
Metaiodobenzylguanidine (MIBG) is een guanethidineanaloog met structurele eigenschappen van noradrenaline. Gemerkt met jodium 123 of 131, wordt het gebruikt voor visualisatie van feochromocytomen, paragangliomen en neuroblastomen.
Door de hoge uptake, is PET/CT met 18F-FDG meer geschikt om agressieve GEP-NET op te sporen en voor de predictie van respons op PRRT (peptide receptor nuclide therapie) met 177Lu-octreotaat in GEP-NET en long-NET.
Meten van hormoongradiënten
Voor de detectie van een lokaal insulinoom in de pancreas kan stimulatie van de insulineproductie door intra-arteriële calciuminjectie in de grote pancreasarteriën worden gebruikt. De onderzoeker meet dan de insulinegradiënt door stalen te nemen in de vena porta. Zo kan een insulinoom met een zekerheid van 65 tot 100% worden gelokaliseerd. Stijgt de insulinesecretie sterk na injectie in de a. hepatica, gastroduodenalis of mesenterica superior, dan zit het insulinoom in de kop van de pancreas. Is dat het geval na injectie in de a. splenica, dan zit de tumor eerder in de staart van de pancreas.