Samenstelling darmflora bij diabetici anders
Steeds meer aanwijzingen duiden op het belang van wijzigingen in de darmflora bij patiënten met obesitas en type 2-diabetes (T2D). In deze studie werden de microbiota in de darm en de 'levende darmbacteriën' in de systemische circulatie onderzocht bij Japanse patiënten met T2D.
De samenstelling van de fecale darmflora werd bij 50 patiënten met T2D en bij 50 controlepersonen bepaald, tegelijkertijd met verschillende klinische parameters, waaronder merkers van inflammatie, in een bloedstaal. Ook de aanwezigheid van darmbacteriën werd in een bloedstaal opgespoord.
Welke darmbacteriën?
In de fecesstalen van de T2D was het aantal obligate anaeroben (Clostridium coccoides, Atopobium en Prevotella) significant lager (p<0,05) dan in die van de controlepersonen. Het totale aantal Lactobacilli - en dan zijn we bij de facultatief anaeroben - was daarentegen significant hoger bij de T2D. Dat was onder andere het geval met het aantal Lactobacillus reuteri en Lactobacillus plantarum.
In het bloed werden eveneens significant meer darmbacteriën aangetroffen bij diabetici versus controlepersonen (28% versus 4%, p<0,01). Het ging meestal om grampositieve bacteriën.
Ook bij type-1 diabetes
Eind vorig jaar hadden Turkse onderzoekers bij kinderen met type-1 diabetes (T1D) al gewezen op een daling van het aantal gunstige anaerobe bacteriën en een stijging van het aantal Enterobacteriaceae andere dan E. coli, en van Candida albicans. Dit zou tot een onevenwicht in de darmflora kunnen leiden en wordt als een mogelijke trigger voor T1D beschouwd.1
Uit een Nederlands artikel blijkt dat de darmmicrobiota bij volwassenen uit zo'n 1013-1014 micro-organismen bestaan en, hoewel er geen bewijs van oorzakelijkheid is, worden ze in verband gebracht met syndromen als inflammatoire darmziekten, obesitas, diabetes en atopie.2