Voor een oordeelkundige bepaling van de PSA-spiegel

Het PSA-gehalte is een voortreffelijke biomarker om het risico op prostaatkanker te evalueren, maar wordt die test wel oordeelkundig gebruikt? Dat is een moeilijke vraag. Op het congres van de AUA werd daar een gedeeltelijk antwoord op gegeven.
Velen vragen zich af vanaf welke leeftijd het wenselijk is om de PSA-spiegel te bepalen en of die leeftijd verschilt naargelang van de specifieke kenmerken van een gegeven populatie. Met name de bevolking in de VS bestaat uit verschillende etnische groepen. Daarom heeft Amanda Saltzman (St-Louis, MO) een vergelijkende studie uitgevoerd. "De sterfte aan prostaatkanker is tweemaal hoger bij Afro-Amerikanan dan bij blanken. Er zijn grote verschillen in tumorgraad, metastasen, PSA-spiegel,... tussen Afro-Amerikanen en blanken", legde ze uit.
Ze heeft een studie uitgevoerd om na te gaan of het PSA-gehalte vroeger zou moeten worden bepaald bij Afro-Amerikanen dan bij de rest van de bevolking. De vorsers hebben 1.045 Afro-Amerikanen met prostaatkanker vergeleken met 1.753 blanken met prostaatkanker. Er was geen verschil in de ernst van de tumor op het ogenblik van de diagnose tussen de twee populaties. De Afro-Amerikanen hadden een hogere PSA-spiegel voor de biopsie dan de blanken. Het heeft dus zin om het PSA-gehalte voor de leeftijd van 55 jaar te meten bij Afro-Amerikanen. Toch vraagt Saltzman zich af of je zo mensenlevens kan redden in die populatie en of bepaling van het PSA-gehalte vroeger zou moeten worden terugbetaald bij Afro-Amerikanen. Je kan die vraag ook stellen betreffende Belgen afkomstig uit zwart Afrika.
Eén bepaling volstaat
Mark Preston (Boston, MA) heeft een studie gepresenteerd die ook een weerslag zou kunnen hebben op onze dagelijkse praktijk. Zijn groep heeft een casus-controleonderzoek uitgevoerd bij 14.916 patiënten uit de Physician's Health Study in de VS. Ze hebben zich geconcentreerd op de patiënten jonger dan 60 jaar bij wie de PSA-spiegel was gemeten: 234 gevallen van prostaatkanker en 711 controlepersonen. De cohorte werd opgestart in 1982 en de diagnose van kanker werd gesteld in 1993. De patiënten werden verder gevolgd tot in 2012. Op het einde van de follow-up waren 60 patiënten overleden. Statistische analyse toonde aan dat de sterfte aan prostaatkanker veel hoger was bij de patiënten met een PSA-gehalte hoger dan percentiel 90 dan bij de patiënten met een PSA-gehalte tussen percentiel 50 en percentiel 90 bijvoorbeeld. Het overlijdensrisico was 11,5-maal hoger bij patiënten van 40-49 jaar met een PSA > 1,68. Screening met één enkele PSA-test op die leeftijd kan dus interessant zijn.
Een andere vraag is of je de PSA-spiegel niet meer hoeft te meten in een gegeven populatie. Het antwoord is andermaal positief. Bij mannen van 55-59 jaar met een PSA-spiegel beneden percentiel 50 en bij mannen van 40-49 jaar met een PSA-spiegel beneden percentiel 25 hoeft die spiegel niet meer te worden gecontroleerd.
Die gegevens hebben sociaal-economische implicaties. Het is belangrijk de mensen te kunnen adviseren en in voorkomend geval gerust te stellen. Een screeningonderzoek is toch altijd wat beangstigend. Met één enkele bepaling van de PSA-spiegel zou je dus het risico voor de patiënt kunnen inschatten. Zo kan je een aantal patiënten misschien nutteloze biopsies besparen.