Dieet en kanker: tegen de verankerde ideeën?

Congressen zoals dat van de AUA zetten soms wel wat zaken op de helling.
Obesitas is een groot probleem in de VS. In 12 staten is meer dan 30% van de bevolking zwaarlijvig en in geen enkele staat is het percentage obesitas lager dan 20%. Obesitas en metaboolsyndroom zijn risicofactoren voor ontwikkeling van prostaatkanker. Sommigen trekken dat laatste echter in twijfel omdat het PSA-gehalte kan dalen bij zwaarlijvige mensen. Volgens sommige specialisten is die daling louter toe te schrijven aan een 'dilutie-effect'. Dat zou dus een vals gevoel van veiligheid kunnen geven.
Katharine Sourbeer (Durham, NC) heeft de REDUCE-studie (1) gepresenteerd die werd uitgevoerd bij 6.426 patiënten. In die studie had het bestaan van één van de componenten van het metaboolsyndroom veeleer een beschermend effect: het risico op prostaatkanker was dan 13% lager en het risico op laaggradige prostaatkanker was 18% lager. Bij patiënten met twee componenten van het metaboolsyndroom daarentegen steeg het risico op hooggradige prostaatkanker met 35%. Bij patiënten met drie of vier componenten van het metaboolsyndroom steeg het risico op hooggradige prostaatkanker met 94%.
Meer suiker
Onze voeding heeft waarschijnlijk invloed op het risico op kanker. Adriana Vital (2) van Durham bestrijdt dat echter en toonde aan dat een hogere hoeveelheid koolhydraten in de voeding het risico op prostaatkanker met 60% verlaagt en het risico op hooggradige prostaatkanker met 70%, zowel bij Afro-Amerikanen als bij andere rassen en ongeacht de leeftijd van de patiënt. Afro-Amerikanen krijgen echter gemakkelijker prostaatkanker dan andere rassen. Ze treedt voorts de gebruikelijke dieetadviezen bij door aan te tonen dat inname van een hoge hoeveelheid vezels het risico op hooggradige prostaatkanker met 76% verlaagt.
Minder melk
Vorsers uit California hebben een studie gepresenteerd (3) over het nut van calciumsupplementen en het calcium in de voeding. Het betrof een casus-controleonderzoek van 717 patiënten met een plaatselijke prostaatkanker, 1.140 patiënten met een gevorderde prostaatkanker en 1.096 controlepersonen bij wie een voedselanamnese werd afgenomen (dagelijkse voeding en consumptie van zuivelproducten). De patiënten die veel zuivelproducten gebruikten, liepen een 30-38% hoger risico op ontwikkeling van een gevorderde prostaatkanker dan de patiënten die nooit of zelden zuivelproducten aten, maar liepen geen hoger risico op ontwikkeling van een plaatselijke prostaatkanker. Bij verdere analyse bleek alleen melk een effect te hebben en yoghurt, roomijs en kaas niet.
Scott Eggener zei tijdens de bespreking van de studies dat "ze interessant zijn, maar dat we nog niet te vlug conclusies mogen trekken omdat die resultaten nog zouden moeten worden bevestigd door andere studies".