Botulinetoxine in de urologie

De indicaties voor botulinetoxine nemen bijna exponentieel toe. Vorsers hebben een andere galenische vorm ontwikkeld die het indicatieterrein nog zou kunnen verbreden.
Type A-botulinetoxine wordt gebruikt in de esthetische geneeskunde, voor pijnstilling en in de urologie. Bij de behandeling van patiënten met een overactieve blaas wordt botulinetoxine op 20-30 verschillende plaatsen geïnjecteerd. Michael Chancellor (Oakland, Michigan) heeft een liposomale vorm van de toxine ontwikkeld, Lipo-BoNT, die intravesicaal kan worden geïnstilleerd. In de studie die hij op het congres heeft gepresenteerd, werd dat geneesmiddel voor de allereerste keer bij de mens gebruikt, en dat is altijd erg interessant.
Eén dosis volstaat
Michael Chancellor heeft zijn prospectieve, dubbelblinde, placebogecontroleerde studie uitgevoerd in een centrum in Taiwan en een centrum in de Verenigde Staten bij in het totaal 29 mannen en 33 vrouwen met een overactieve blaas, meer dan acht urinelozingen per dag en minstens één episode van incontinentie per dag. Alle patiënten hadden voordien gedurende minstens vier weken een behandeling met muscarineantagonisten gekregen, zonder succes of met ondraaglijke bijwerkingen. Patiënten met een blaasobstructie of een residu na mictie van meer dan 150 ml en patiënten met overwegend stressincontinentie werden uit de studie geweerd.
De patiënten werden in twee groepen ingedeeld. Groep 1 (13 mannen en 18 vrouwen) werd behandeld met één instillatie van Lipo-BoNT. Groep 2 telde 16 mannen en 15 vrouwen. De frequentie van LUTS was vergelijkbaar in de twee groepen. De patiënten in groep 2 vertoonden vaker hypertensie en diabetes.
Vernieuwend
Na vier weken behandeling was het aantal urinelozingen significant gedaald bij de patiënten die Lipo-BoNT hadden gekregen: - 4,64 versus - 0,19 (p = 0,0252). Ook de frequentie van dwingende mictiedrang verminderde, maar het verschil was niet statistisch significant. Dat was echter toe te schrijven aan het kleine aantal patiënten in de studie. De ernst van de urgency verminderde significant in groep 1 (p < 0,02).
In tegenstelling tot wat werd gevreesd, veroorzaakte de toediening van Lipo-BoNT geen toename van het residu na mictie en geen urineretentie. Ook de incidentie van infecties en andere bijwerkingen was niet hoger in groep 1 dan in groep 2.
De liposomale vorm werkt dus in de diepte, "maar de toxine heeft een direct effect op het urotheel en de afferente zenuwen", onderstreepte Michael Chancellor. Waarschijnlijk heeft Lipo-BoNT niet alleen een effect op de spieren, maar verbetert het ook de tolerantie van de blaas. Dat is dus een heel originele behandeling, die zeker verder zou moeten worden onderzocht.