Preventie van lipohypertrofie: correcte rotatie van injectieplaatsen is cruciaal
De prevalentie van diabetes bereikt een kritiek niveau. België telt al meer dan 600.000 patiënten bij wie een diagnose van diabetes is gesteld, en dat cijfer zou de volgende twintig jaar kunnen verdubbelen. Daarom is het nodig de hoge prevalentie van lipohypertrofie (LH) te verlagen. LH leidt tot schommelingen van de glykemie en een hogere insulineconsumptie, met alle financiële gevolgen van dien.
Een internationale groep van vier experts heeft enkele maanden geleden een studie uitgevoerd bij 430 Spaanse patiënten om de frequentie van en de risicofactoren voor LH te evalueren bij diabetespatiënten die insuline inspuiten. De resultaten van die studie zijn zeer significant, ook buiten de Spaanse grens.
Bijna twee derde (64,4%) van de patiënten die insuline kregen, ontwikkelde een ophoping van onderhuids vetweefsel op plaatsen waar herhaaldelijk insuline was geïnjecteerd. 39,1% van de patiënten met LH vertoonde bovendien een onverklaarde hypoglykemie en 49,1% schommelingen van de glykemie, tegen respectievelijk 5,9% en 6,5% van de patiënten zonder LH.
De studie heeft ook en vooral aangetoond dat 98% van de patiënten met LH niet van injectieplaats veranderde of een onjuist rotatieschema toepaste. Ten slotte was het risico op LH bij patiënten die dezelfde naalden opnieuw gebruikten 31% hoger dan bij de patiënten die telkens een nieuw naaldje gebruikten.
(referentie: Diabetes & Metabolism, oktober 2013, DOI:10.1016/j.diabet.2013.05.006)