OAB: voorspellers van respons op anticholinergica
De respons van patiënten met een overactieve blaas op anticholinergica hangt af van de ernst van de symptomen, de leeftijd, het geslacht en een eventuele voorafgaande behandeling met anticholinergica. Dat is de conclusie van een studie die onlangs in Urology werd gepubliceerd.
Amerikaanse vorsers hebben de klinische en demografische kenmerken onderzocht die de respons op een anticholinerge behandeling beïnvloeden bij patiënten met een overactieve blaas.
Analyse van twee gerandomiseerde klinische studies
In feite ging het om een analyse van twee klinische studies die werden uitgevoerd bij volwassen patiënten met symptomen van overactieve blaas sinds minstens drie maanden (minstens één episode van urge-incontinentie en minstens acht urinelozingen in 24 uur). De patiënten werden dubbelblind gerandomiseerd naar een behandeling met fesoterodine 4 mg/d gedurende één week en daarna 8 mg/d, tolterodine 4 mg met verlengde afgifte of een placebo gedurende 12 weken. Ze werden uitgenodigd om een specifieke vragenlijst in te vullen (Overactive Bladder Questionnaire) en een dagboek van de urinelozingen en de symptomen bij te houden gedurende drie dagen in het begin en op het einde van de studie.
Voorspellende factoren
De auteurs hebben meerdere factoren kunnen terugvinden die een betere respons op anticholinergica voorspellen, namelijk een jongere leeftijd, geen vroegere behandeling met anticholinergica, de tijd die is verlopen sinds de diagnose van overactieve blaas, en het vrouwelijke geslacht. De verschillen waren meer uitgesproken bij de patiënten die aanvankelijk meer symptomen hadden. Mogelijk heeft dat de resultaten beïnvloed. Patiënten die al langer last hadden van een overactieve blaas, reageerden beter op anticholinergica (minder symptomen van urge-incontinentie en meer 'droge' perioden in het urinelozingsdagboek), terwijl een hogere leeftijd grotere verschillen in het aantal urinelozingen voorspelde.