Vroeg stoppen en herstarten van insuline kost meer
De beste glykemiecontrole wordt verkregen drie maanden na het starten van insulinetherapie. Toch zal een aantal type 2-diabetici vroeg stoppen met insuline om die later weer te moeten heropstarten. Wat is de impact hiervan op de gezondheidskosten? En welke factoren zijn predictief voor deze handelwijze?
Voor deze studie werd de database van de Truven's Health Analytic Commercial Claims and Encounters gebruikt. De onderzoekers zochten naar de factoren die bepalen waarom een patiënt vroeg stopt met insuline (basaal of mengsel) en, bij diegenen die gestopt waren, naar de factoren die maakten dat insuline opnieuw werd opgestart.
Hogere kosten
Uit de multivariaatanalyse bleek dat de eigenschappen van de patiënt, vroeger gebruik van gezondheidszorg, en het type insuline dat was opgestart, gepaard gingen met vroeg stoppen van insulinetoedieningen en/of heropstarten bij patiënten die gestopt waren.
Vroeg stoppen van insulinetherapie betekent uiteraard minder uitgaven voor ambulante zorg, geneesmiddelen en totale kosten, maar verhoogt de kosten voor acute zorg, zowel voor hospitalisatie als voor dringende medische hulp. Deze verhoging bedraagt 9,6% (p<0,001). Ook het opnieuw opstarten van insulinetherapie bij diegenen die gestopt waren, gaat gepaard met een hogere uitgaven: 11,3% meer uitgaven voor acute zorg (p<0,001), 24% meer uitgaven voor ambulante zorg (p<0,001), 80,2% meer uitgaven voor medicatie ((p<0,001), kortom, 30,3% meer totale uitgaven ((p<0,001), in vergelijking met type 2-diabetici die wel stopten maar binnen het jaar niet opnieuw met insulinetherapie gestart waren.
Subgroep type 2-diabetici
De auteurs stellen dan ook de vraag of de patiënten bij wie insuline gestopt en dan heropgestart moet worden, geen aparte subgroep type 2-diabetes vormen bij wie de behandeling complexer is en een grotere uitdaging vormt. In deze subgroep zouden de patiënten zich minder inzetten voor ambulante zorg en de langetermijnprognose zou slechter zijn.