ULS of SSLF bij een prolaps van bekkenorganen: gelijkspel
Volgens de OPTIMAL-studie die deze week in de JAMA werd gepubliceerd, zijn ULS en SSLF, de twee chirurgische technieken die in de Verenigde Staten het vaakst worden toegepast bij de behandeling van een prolaps van bekkenorganen, evenwaardig. Perioperatieve gedragstherapie en revalidatie van de bekkenbodem (BPMT) blijken overigens niet het verhoopte effect te hebben.
Een prolaps van bekkenorganen wordt gedefinieerd als een afdaling van de baarmoeder tot onder in de vagina of een protrusie van de wand van de vagina voorbij de opening van de vagina. Doorgaans wordt daarvoor een chirurgische behandeling via transvaginale weg uitgevoerd volgens twee methoden: SSLF of ULS. Bij SSLF wordt de koepel van de vagina via extraperitoneale weg opgehangen aan het ligamentum supraspinosum. Bij ULS wordt de koepel van de vagina via intraperitoneale weg opgehangen aan de uterosacrale ligamenten. Als er geen indicatie voor chirurgie is, hebben gedragstherapie en revalidatie van de bekkenbodemspieren (BPMT) een gunstig effect op de bekkenbodemsymptomen die gepaard gaan met incontinentie. Het was dan ook logisch eens na te gaan wat het effect is als die behandelingen perioperatief worden uitgevoerd.
Criteria voor evaluatie van de operatie
Een multicentrische, gerandomiseerde, Amerikaanse studie heeft de resultaten vergeleken bij 374 vrouwen met apicale vaginale prolaps én stressincontinentie die werden behandeld met ULS of SSLF. Het primaire eindpunt van de studie was het welslagen van de interventie (gedefinieerd als afwezigheid van apicale prolaps van meer dan 1/3 in het vaginale kanaal of van de voor- of de achterwand van de vagina tot voorbij het maagdenvlies, geen symptomen als gevolg van vervorming van de vagina en geen noodzaak tot nieuwe behandeling binnen twee jaar).
Revalidatie van het bekken
De patiënten werden ook gerandomiseerd naar een klassieke follow-up of perioperatieve gedragstherapie. Het effect van die behandeling werd na zes maanden beoordeeld naar de score van urinaire symptomen (Urinary Distress Inventory). Na twee jaar werd het effect beoordeeld naar de score van symptomen van prolaps (Pelvic Organ Prolapse Distress Inventory) en aan het welslagen op anatomisch vlak.
Geen overwinnaar
Een analyse van de resultaten na twee jaar leert dat geen van de twee chirurgische interventies er bovenuit steekt op anatomisch of functioneel vlak of wat de bijwerkingen betreft. De perioperatieve gedragstherapie en revalidatie van het bekken hadden geen effect op de symptomen na zes maanden of de resultaten qua prolaps na twee jaar.