Prostaatkanker: het hart heeft zijn redenen ...
Een internationale groep met onder anderen Bertrand Tombal (UCL-St-Luc, Brussel) heeft onlangs een belangrijk artikel gepubliceerd over de cardiale gevolgen van een androgeendeprivatietherapie.
Een androgeendeprivatietherapie verhoogt het cardiovasculaire risico bij patiënten met prostaatkanker. De vorsers hebben een vergelijkende studie uitgevoerd met GnRH-agonisten en een GnRH-antagonist. Ze hebben daarvoor de samengevoegde gegevens van 6 prospectieve, gerandomiseerde fase 3-studies geanalyseerd met in het totaal 2328 patiënten bij wie een prostaatkanker werd gediagnosticeerd tussen 2005 en 2012. De patiënten hadden een ECOG-status lager dan 2 en een levensverwachting van minstens een jaar. Geen enkele patiënt had al een antiandrogene behandeling gekregen. Mannen met een verlengd QT-interval (ook als dat was gecorrigeerd), andere risicofactoren voor hartfalen, hypokaliëmie en/of een diagnose van een andere kanker tijdens de laatste 5 jaar voor inclusie in de studie werden uit de studie uitgesloten. De patiënten werden gerandomiseerd naar een behandeling met een GnRH-agonist (n = 642) gedurende 3-7 maanden of een behandeling met een GnRH-antagonist gedurende 12 maanden (n = 1686). Het primaire eindpunt van de studie was een samengesteld eindpunt van overlijden en cardiovasculaire accidenten: een trombo-embolie, een hemorragisch of ischemisch CVA, een infarct of andere ischemische aandoeningen van het hart. 31,1% van de patiënten die de GnRH-antagonist hebben gekregen (n = 463), en 29,3% van de patiënten die een GnRH-agonist hebben gekregen (n = 245), hadden al een cardiale voorgeschiedenis bij inclusie in de studie. Voorts waren de twee groepen vergelijkbaar. De resultaten laten weinig ruimte voor twijfel. Bij de patiënten met een cardiale voorgeschiedenis daalden de sterfte en de cardiovasculaire accidenten met meer dan de helft als ze werden behandeld met een GnRH-antagonist, dan bij behandeling met een GnRH-agonist (HR = 0,438 ; 95% BI: 0,260-0,736 ; p = 0,0018). Door de patiënt te behandelen met een GnRH-antagonist, kunnen we het relatieve risico op optreden van een cardiovasculair accident tijdens het eerste jaar van de behandeling met 56% verlagen (en het absolute risico met 8,2%).
In de discussie stellen de auteurs dat een androgeendeprivatietherapie een cardiovasculair risico inhoudt. Zij benadrukken voorts dat patiënten die een hormonale behandeling krijgen, tegenwoordig zeer lang worden behandeld, wat dan ook meer bijwerkingen veroorzaakt zoals warmteopwellingen, verlies van libido, seksuele disfunctie, vermoeidheid, anemie, botverlies en metabole afwijkingen die het cardiovasculaire risico verhogen.