Beperk de vetinname, ook bij adolescenten
Een Europese groep met daarbij een aantal onderzoekers van de Universiteit van Gent heeft in 2006-2007 in de cross-sectionele HELENA-studie (Healthy Lifestyle in Europe by Nutrition in Adolescence) het verband nagegaan tussen de inname van aminozuren en het vetprofiel in het serum bij Europese adolescenten van 8 Europese steden. De doelstelling was om na te gaan of dit geassocieerd was met de totale vetinname.
In totaal namen 454 adolescenten (12,5 tot 17,5 jaar oud), waarvan 44% jongens deel aan de studie. Bij deze adolescenten werden verschillende parameters nagegaan zoals het dieet, een meting van de huidplooien, triglyceriden, totale cholesterol, high-density lipoprotein cholesterol (HDL-c), de verhouding totale cholesterol en HDL-c, low-density lipoprotein cholesterol (LDL-c), apolipoproteïne B (Apo B), apolipoproteïne A1 (Apo A1) en de verhouding Apo B/Apo A1. Gegevens over opvoeding en sedentair gedrag werden bekomen door het invullen van vragenlijsten. De fysieke activiteit van de proefpersonen werd op een objectieve manier gemeten met behulp van een acceleratiemeter.
De inname van alanine, arginine, asparaginezuur, glycine, histidine, lysine en serine was omgekeerd evenredig met de triglyceriden concentraties in het serum zowel bij jongens als bij meisjes. Bij meisjes was de inname van alanine en arginine ook omgekeerd evenredig met de concentratie totale cholesterol, LDL-c en de verhouding Apo B/Apo A1.Voor andere aminozuren zoals alanine, isoleucine, leucine, methionine, serine, tryptofaan, tyrosine en valine werd ook een omgekeerde evenredigheid vastgesteld met de verhouding totale cholesterol en HDL-c bij meisjes. Bij jongens gold dit voor de inname van serine en tryptofaan. Wanneer de totale vetinname mee werd opgenomen als bijkomende factor in de berekeningen was dit echter niet meer significant, niet bij jongens en niet
bij meisjes.
Bij adolescenten blijkt het verband tussen de inname van aminozuren en het lipidenprofiel in het serum niet stand te houden wanneer de inname van vet via de voeding in rekening wordt gebracht. Campagnes om de gezondheid te promoten zouden zich daarom beter richten naar de vetinname om het lipidenprofiel te verbeteren en om cardiovasculaire aandoeningen te voorkomen.