Testosteron, obesitas, metaboolsyndroom en type 2-diabetes
Een testosteronsubstitutietherapie bij zwaarlijvige mensen, patiënten met een metaboolsyndroom en type 2-diabetes zou gunstige metabole en cardiovasculaire effecten kunnen hebben.
Type 2-diabetes, obesitas (vooral abdominale adipositas) en het metaboolsyndroom gaan vaak gepaard met een zekere androgeendeficiëntie. De American Diabetes Association raadt overigens aan om diabetespatiënten stelselmatig te screenen op testosterondeficiëntie, ook als ze geen suggestieve klinische verschijnselen vertonen.
Een Franse groep heeft het verband tussen testosteron, obesitas, metaboolsyndroom en type 2-diabetes onderzocht. Daarbij hebben ze vastgesteld dat testosteron in fysiologische concentraties gunstige effecten heeft op de insulinegevoeligheid en de magere massa en de vetmassa van het lichaam en dat een substitutietherapie met testosteron meerdere componenten van het metaboolsyndroom corrigeert.
In het licht van de literatuurgegevens stellen de vorsers dat correctie van een androgeentekort gewettigd is bij type 2-diabetespatiënten en waarschijnlijk ook bij zwaarlijvige mensen en/of patiënten met een metaboolsyndroom. Daarbij zou moeten worden gestreefd naar een plasmatestosteronconcentratie in de bovenste helft van het voor de leeftijd normale bereik. "Een dergelijke behandeling mag uiteraard pas worden gestart nadat is aangetoond dat de plasmatestosteronspiegel abnormaal laag is en als er geen absolute contra-indicaties (vooral prostaatproblemen) zijn. Tevens moeten de tolerantie en de efficiëntie van de substitutietherapie nauwgezet worden gevolgd", concluderen ze.