Life on Mars (ASCO GU 2014)

We hebben het hier niet over buitenaards leven, maar wel over de studie MARS, het letterwoord van Management of Antiangiogenics Renovascular Safety bij nierkanker.
Deze prospectieve, multicentrische studie werd uitgevoerd door een Franse groep en werd gepresenteerd door Vincent Launay-Vacher (Parijs, Frankrijk). De auteurs hebben de prevalentie van renovasculaire afwijkingen voor behandeling met een angiogeneseremmer onderzocht, waarbij ze vooral hebben gekeken naar twee factoren: hypertensie en proteïnurie. Ook hebben ze de incidentie van de novo renovasculaire complicaties tijdens de behandeling onderzocht, dus complicaties die zijn opgetreden bij patiënten die bij de start van de behandeling geen afwijkingen vertoonden.
Om zo goed mogelijk de klinische praktijk te weerspiegelen, hebben de vorsers de inclusiecriteria zeer eenvoudig gehouden: de studie werd uitgevoerd bij patiënten die nog geen behandeling met een angiogeneseremmer hadden gekregen en bij wie er een indicatie was voor een dergelijke behandeling. De keuze van de VEGF-antagonist werd overgelaten aan de arts. De follow-up bedroeg één jaar.
Er werden 1124 patiënten (73,7% mannen, mediane leeftijd 61 jaar) in de studie opgenomen van wie 137 met een niercarcinoom. 112 van die 137 patiënten werden behandeld met sunitinib. De andere kankers werden behandeld met bevacizumab. Viscerale, bot- en hersenmetastasen werden vastgesteld bij respectievelijk 71,4%, 42% en 12,5% van de patiënten. De startdosering was 50 mg/d bij 79,1% van de patiënten, 37,5 mg/d bij 19,1% en 12,5 mg/d bij 1,8%. 70,5% van de patiënten werd gedurende minstens 6 maanden behandeld en 50,8% gedurende minstens 12 maanden.
De prevalentie van renovasculaire afwijkingen (hypertensie en proteïnurie) was respectievelijk 43,8% en 15,6%. Bij inclusie vertoonden alle patiënten minstens één afwijking (hypertensie 43,8%, proteïnurie 15,6% en hematurie 8,1%). 21,4% van de patiënten heeft hypertensie ontwikkeld tijdens de behandeling (graad 3-hypertensie bij 14,3% van de patiënten), 75% heeft tijdens de behandeling proteïnurie ontwikkeld en 29,3% hematurie. "Er werd echter geen enkel geval van trombotische microangiopathie vastgesteld", aldus Vincent Launay-Vacher.
Na 1 jaar was de glomerulusfiltratiesnelheid weer gestegen tot de beginwaarde. De MARS-studie toont dus duidelijk aan dat de nierfunctie moet worden geëvalueerd voor een dergelijke behandeling wordt gestart, en moet worden gevolgd bij alle patiënten die worden behandeld met een VEGF-antagonist.