De blaas vrijwaren, koste wat kost? (ASCO GU 2014)

De vraag die Timur Mitin (Boston, MA, VS) stelde, is niet vrijblijvend. Zijn groep heeft de evolutie op lange termijn onderzocht bij patiënten die een volledige of bijna volledige respons hadden bereikt na conservatieve chirurgie in combinatie met radiotherapie.
De auteurs zijn uitgegaan van de studies RTOG 9906 en RTOG 0233. Ter herinnering, in beide studies werd de conservatieve chirurgie uitgevoerd via transurethrale weg en werd radio-chemotherapie gegeven in twee fasen. Eerst radiotherapie 40 Gy + chemotherapie en daarna, na een cystoscopische evaluatie met biopsies en cytologisch onderzoek van de urine, kregen de patiënten die een volledige respons vertoonden, chemo- en radiotherapie (64 Gy) met of zonder adjuvante chemotherapie. Bij de patiënten bij wie geen volledige remissie werd verkregen, werd een radicale cystectomie uitgevoerd met of zonder adjuvante chemotherapie. De analyse na de inductiefase werd uitgevoerd bij 119 patiënten, 101 met een volledige respons en 18 met een bijna volledige respons. Het grootste verschil tussen de twee groepen was de leeftijd: patiënten in een stadium T0 waren jonger dan patiënten met een Tis- of Ta-blaaskanker. De totale overleving was 72% in de T0-groep en 61% in de andere groep.
Er heeft zich geen recidief voorgedaan over een mediane periode van 5,9 jaar bij 65% van de patiënten met een T0-kanker en 72,2% van de patiënten met een Tis/Ta-kanker. 12,8% van de patiënten in de eerste groep en 5% van de patiënten in de tweede groep hebben een invasief recidief ontwikkeld. Op lange termijn was er dus geen significant verschil tussen de initiële groepen van responders bij evaluatie na de inductiefase. Volgens Timur Mitin moet een conservatieve behandeling bestaande in chirurgie, radio- en chemotherapie dus de voorkeur krijgen.