Therapeutische inertie, niet alleen bij hypertensie
"Je kan/moet beter". Dat schreef de leraar vroeger soms op het schoolrapport. Maar dat geldt ook voor andere domeinen.
Vorsers hebben de gegevens doorgenomen van meer dan 7500 type 2-diabetespatiënten die werden behandeld met orale antidiabetica, een HbA1c-gehalte> 7% hadden en waren aangesloten bij een grote verzekeringsgroep.
De analyse werd uitgevoerd bij patiënten bij wie het HbA1c-gehalte minstens tweemaal was gemeten en die daarna gedurende minstens 30 dagen werden gevolgd om na te gaan of de behandeling eventueel werd aangepast.
De studie werd vooral uitgevoerd om na te gaan of er een correlatie bestaat tussen een verhoogd HbA1c-gehalte en een aanpassing van de behandeling. De patiënten werden in 3 groepen ingedeeld: HbA1c-gehalte onveranderd, stijging < 1% en stijging ? 1%.
In minder dan een kwart van de gevallen werd de behandeling aangepast. In vergelijking met de patiënten bij wie het HbA1c-gehalte niet was veranderd, werd de behandeling vaker aangepast als het HbA1c-gehalte met < 1% was gestegen (20%), en als het HbA1c-gehalte gestegen was met ? 1% (60%). Voor eenzelfde stijging van het HbA1c-gehalte was de waarschijnlijkheid van aanpassing van de behandeling hoger als het initiële HbA1c-gehalte hoger was.
Het ging daarbij vooral om een aanpassing van de orale antidiabetica. Zelden werd een insulinebehandeling gestart en dan nog vrijwel alleen bij patiënten met een HbA1c-gehalte van 9% of hoger.
Bij analyse van de resultaten van de aanpassing van de behandeling werd vastgesteld dat die het HbA1c-gehalte met gemiddeld 0,4% deed dalen na 3 maanden of langer. Je zou natuurlijk kunnen zeggen dat dat te verklaren is door de nonchalance van tropische landen (de studie werd uitgevoerd in Hawaï), maar zou het bij ons wel beter zijn?