Bewijs van goed gedrag voor de Britten
Een betere kennis van de gevolgen van de daling van de testosteronspiegel met het verouderen heeft er in sterke mate toe bijgedragen dat er in heel wat landen vaker een bepaling van de testosteronspiegel wordt aangevraagd en vaker mannelijke hormonen worden voorgeschreven. Er zijn echter grote verschillen tussen de landen.
Een Amerikaanse groep heeft retrospectief de gegevens doorgenomen van meer dan 400 000 Amerikanen en bijna 7000 Britten bij wie tijdens de jaren 2000-2011 een behandeling met testosteron werd gestart.
In de Verenigde Staten is het aantal mannen dat testosteron krijgt, tussen 2000 en 2011 verviervoudigd. In het Verenigd Koninkrijk is dat aantal in die periode maar met ongeveer 30% gestegen. In die periode werd de testosteronspiegel gemeten bij meer dan 1,1 miljoen Amerikanen en bij 66 000 Britten.
Bij veel Amerikanen werd een substitutietherapie gestart hoewel de testosteronspiegel normaal was of slechts eenmaal was gemeten en hoewel ze geen klinische tekenen vertoonden van androgeendeficiëntie.
De vorsers concluderen dat de situatie duidelijk beter is in het Verenigd Koninkrijk, waar de bepalingen relevant waren omdat in de meeste gevallen inderdaad een lage testosteronspiegel werd gemeten.