Moet de penis worden gespaard?
Een Nederlandse groep stelt die vraag met betrekking tot de chirurgische behandeling van peniskanker en de invloed ervan op de overleving van de patiënt ....
De behandeling van een spinocellulair carcinoom van de penis is mettertijd veranderd: van een partiële penisamputatie naar conservatievere chirurgie. Die laatste resulteert overigens in een betere levenskwaliteit. In deze studie hebben de auteurs onderzocht welk effect conservatieve chirurgie heeft op de specifieke 5 jaarsoverleving bij peniskanker. Ze hebben daarvoor de gegevens doorgenomen die werden geregistreerd tussen 1956 en 2012. 859 patiënten konden worden geanalyseerd. De tumoren werden geëvalueerd volgens de classificatie van 2009. De auteurs hebben zo kunnen vaststellen dat het aantal penisamputaties mettertijd gedaald is. De incidentie van lokaal recidief 5 jaar na de eerste conservatieve chirurgie bedroeg 27%. Na een partiële penectomie was dat meer 3,8% (95% BI 2,3-6,2, Gray's test p < 0,0001). De specifieke overleving was echter niet minder goed bij de patiënten bij wie de penis kon worden gespaard, dan bij de patiënten die een partiële amputatie hadden ondergaan, zelfs na correctie voor meerdere vertekenende factoren. De enige factoren die bij multivariate analyse de specifieke overleving bepaalden, waren het pathologische stadium, klierinvasie en lymfovasculaire invasie. In de groep die penissparende chirurgie had ondergaan, ging een lokaal recidief als tijdsafhankelijke variabele in een coxmodel niet gepaard met een minder goede kankerspecifieke overleving na 5 jaar. De patiënten kunnen dus worden gerustgesteld, ook al zal vaker een recidief optreden na penissparende chirurgie.