Minder positieve snijranden na een minimale invasieve radicale prostatectomie
Positieve snijranden vormen een bekende risicofactor voor het terugkeren van prostaatkanker en kunnen beïnvloed worden door de gebruikte chirurgische techniek en het volume van de ingrepen. In een multi-institutionele, internationale studie blijkt dat positieve snijranden minder voorkomen na een minimale invasieve radicale prostatectomie dan met de open aanpak. De resultaten worden mee beïnvloed door het aantal uitgevoerde ingrepen.
In deze retrospectieve studie werden de gegevens vergeleken van radicale prostatectomie (RP) uitgevoerd op 22.393 patiënten (9778 met open techniek, 4918 met laparoscopie en 7697 met robotchirurgie) bekomen in 14 internationale centra tussen januari 2000 en oktober 2011.
Een multivariaat logistisch regressiemodel werd gebruikt om wedverhoudingen op te stellen voor het risico op positieve snijranden voor de verschillende technieken, waarbij rekening werd gehouden met de leeftijd, de preoperatieve PSA-waarde, de postoperatieve Gleasonscore, het pathologisch stadium en het jaar van de ingreep. Ook het aantal ingrepen per centrum werd mee in rekening gebracht.
Positieve snijranden waren het laagst voor robotchirurgie (13,8%), in vergelijking met laparoscopie (16,3%), en een open ingreep (22,8%). Patiënten waarbij een open ingreep werd uitgevoerd hadden wel een groter risico op prostaatkanker op het ogenblik van de ingreep. In centra met een laag aantal ingrepen was het risico op positieve snijranden groter dan in hoog-volume centra, zowel voor laparoscopie als robotchirurgie.