Doorbraak in behandeling van overactieve blaassyndroom
Onze blaas wordt niet alleen aangestuurd door signalen vanuit de hersenen, maar heeft ook een eigen regelmechanisme. Sajjad Rahnama'i (Universiteit Maastricht) toonde het bestaan aan van prostaglandine E-receptoren in de blaaswand die als aangrijpingspunten kunnen dienen voor een effectieve behandeling.
Eén op de 6 mensen, vooral mensen ouder dan veertig jaar, heeft last van een overactieve blaas: plotse, frequente en niet te onderdrukken aandrang om te moeten plassen. In meer dan de helft van de gevallen veroorzaakt een overactieve blaasspier deze klachten. "Het kost onze samenleving jaarlijks miljarden euro's," schetst Sajjad Rahnama'i de ernst van het gezondheidsprobleem. "Die kosten zitten voornamelijk in incontinentiematerialen en medicijnen die als symptoombestrijding worden ingezet, maar voor een deel ook in het ziekteverzuim dat voortvloeit uit blaas- en plasproblemen die patiënten ondervinden."
Volgens de onderzoeker is er op dit moment slechts één soort medicijn voorhanden dat effect heeft op een overactieve blaas. "Nadeel van de medicatie die vaak wordt voorgeschreven, is dat deze lang niet werkt bij iedereen en dat het medicijn een flink aantal bijwerkingen kent."
Rahnama'i bestudeerde caviablazen die qua structuur en plasgedrag veel lijken op de menselijke blaas en daarmee een uitstekend proefmodel vormden voor zijn onderzoek. Met behulp van dit model toonde de onderzoeker aan dat "de blaaswand zijn eigen regelmechanisme heeft dat niet puur wordt aangestuurd door de hersenen, maar ook door hormoonachtige stoffen die in de blaaswand zelf worden geproduceerd."
Rahnama'i toonde aan dat zich in de blaaswand prostaglandine E2-receptoren bevinden. Een bijkomende conclusie was dat bepaalde enzymenremmers als bijvoorbeeld Viagra, tot nu vooral voorgeschreven aan mannen met erectiestoornissen, een gunstig effect hebben op de klachten van een overactieve blaas.