De clitoris, een onverwachte getuige van sclerodermie
Een Italiaanse studie heeft aangetoond dat er bij vrouwen met sclerodermie een correlatie bestaat tussen de doorbloeding van de clitoris en de ziekteprogressie. Interessant voor urologen en gynaecologen is de daaruit voortvloeiende weerslag op de seksuele functie.
Een groep van de Universiteit 'La Sapienza' in Rome heeft de doorbloeding van de clitoris gemeten bij vrouwen met sclerodermie en normale vrouwen met de bedoeling die observaties te correleren met microvasculaire letsels en klinische parameters van de ziekte. Ook werd onderzocht of de doorbloeding van de clitoris correleerde met een eventuele seksuele disfunctie.
De studie werd uitgevoerd bij 22 patiënten met sclerodermie en 20 gezonde vrouwen. Bij alle vrouwen hebben de vorsers een rist hemodynamische parameters gemeten met een doppleronderzoek (systolische en diastolische pieksnelheid, weerstandsindex, index van pulsatiliteit, verhouding systole/diastole) en klinische parameters van de ziekte geëvalueerd. De seksuele functie werd beoordeeld naar de FSFI-score (Female Sexual Function Index).
De clitoris werd minder goed doorbloed bij de vrouwen met sclerodermie dan bij de controlevrouwen. De doorbloeding van de clitoris was vooral verminderd bij de vrouwen met sclerodermie en digitale ulcera en dat correleerde met de ernst van de letsels bij capillaroscopie. Er werd ook een correlatie gevonden tussen de weerstandsindex en de verhouding systole/diastole en de onderzochte domeinen van de FSFI met uitzondering van het verlangen. De vraag rijst dan ook of type 5-fosfodiësteraseremmers nuttig zouden kunnen zijn bij de behandeling van vrouwen met sclerodermie die een seksuele disfunctie vertonen.