Rapport van het KCE over prostaatkanker: wat te denken van actieve bewaking?
Het Federaal kenniscentrum voor gezondheidszorg heeft zeer onlangs een rapport gepubliceerd1 over actieve bewaking bij plaatselijke prostaatkanker, de factoren die invloed uitoefenen op de beslissing van de patiënt om een dergelijk beleid te aanvaarden, en de factoren die de arts ertoe aanzetten om een actieve bewaking voor te stellen. Wat denkt prof. Johan Braeckman, voorzitter van de Belgische Vereniging voor Urologie (BVU), daarvan?
Johan Braeckman stelt vast dat almaar minder vaak automatisch wordt beslist om een prostatectomie uit te voeren. "Net zoals de auteurs van het rapport heb ik de indruk dat er minder snel wordt geopereerd dan pakweg 10-20 jaar geleden. Dat komt doordat radiotherapie een almaar belangrijkere rol speelt en ook doordat we ons meer bewust zijn geworden van het feit dat te vaak wordt overgegaan tot een prostatectomie, en van de bijwerkingen van een dergelijke ingreep."
De factoren die meespelen bij de beslissing, zijn de ernst van de tumor, de leeftijd en de gezondheidstoestand van de patiënt. "Ik ben het eens met wat ik in het rapport heb gelezen, met name dat gehuwd zijn of jonge kinderen hebben vaak redenen zijn om te opteren voor een radicalere aanpak omdat zolang mogelijk overleven dan de belangrijkste doelstelling is. Ik denk niet dat we vaak een actieve bewaking zullen voorstellen aan actieve patiënten, maar het is de patiënt zelf die zelf zal opteren voor actieve bewaking net omdat hij nog actief is", zegt de uroloog.
We houden rekening met de voorkeur van de patiënt. "Sommigen zijn bang voor de bijwerkingen van een radicale behandeling en verkiezen daarom een actieve bewaking. Anderen willen liever zo snel mogelijk van hun kanker verlost zijn."
Het volledige interview met prof. Braeckman kunt u lezen in ons nummer van vrijdag 15 november.