Het residuele cardiovasculaire risico beheren
Wat kunnen we vandaag verwachten van CETP- en PCSK9-inhibitoren bij de aanpak van het residuele cardiovasculaire risico? Wat zijn de huidige strategieën? Een stand van zaken naar aanleiding van de nieuwe Europese aanbevelingen voor de preventie en de behandeling van dyslipidemie. De bijeenkomst werd georganiseerd door de Belgian Lipid Club.
Belangrijke studies hebben het voordeel aangetoond van statines op het vlak van reductie van de cardiovasculaire morbiditeit en mortaliteit. Toch blijft er altijd een residueel risico aanwezig, onafhankelijk van de daling van de LDL-cholesterol, en dan vooral bij patiënten met verhoogde triglyceriden (TG) of verlaagde HDL-C. Vandaar de aanbeveling om het geheel van lipidenparameters in rekening te nemen. In deze context werden twee nieuwe paden verkend.
Doeltreffende associatie
Niettegenstaande dit veelbelovend onderzoek zijn er andere associaties die hun voordeel al bewezen hebben bij het beheer van het residuele cardiovasculaire risico. Het duo fenofibraat-pravastatine bijvoorbeeld richt zich op patiënten met een hoog risico met verhoogde TG-waarden met verlaagde HDL-C, een dyslipidemie die typisch voorkomt bij een patiënt met het metabool syndroom of diabetes. 1 Deze categorie van patiënten haalt het meeste voordeel uit de gecombineerde behandeling met een daling van 27 % (p=0,005) van het cardiovasculaire risico.
Aanbevelingen 2012
De laatst gepubliceerde versie aanbevelingen van de EAS/ESC5 legt het accent op primaire preventie, op de indeling van het cardiovasculaire risico in vier groepen op basis van de SCORE-tabel die in België uitgedokterd werd. Het risico wordt vandaag genuanceerd door de waarden van andere parameters (HDL-C, TG, apoB, Lp(a), hsCRP, homocysteine) of door een context van obesitas, sedentair leven, familiale antecedenten, lage sociale klasse,... We merken ook striktere therapeutische doelstellingen op voor elke patiëntengroep (LDL-C < 70 mg/dL bij zeer hoog risico, < 100 mg/dL bij hoog risico en < 115 mg/dL bij matig risico). Daarnaast zijn er ook meer verscheiden therapeutische doelstellingen (niet-HDL cholesterol en apoB) bij patiënten met een hoog of zeer hoog risico in combinatie met een gecombineerde dyslipidemie.